Zomerlezen 4: Carl Friedman – Twee koffers vol

Mij vond ze onbeheerst en onwellevend. Ik praatte te druk en mijn gebaren waren te heftig. ‘Rustig, rustig,’ sprak ze bezwerend, zodra ik mijn mond maar durfde te openen. Als kind werd ik voortdurend door haar ingetoomd. ‘Die daar,’ zei ze vaak tegen mijn vader, terwijl ze in mijn richting wees, ‘brandt twee keer zo…