Als Simson

Bij de trap vormde zich een opstopping van forenzen. Er kwamen ook reizigers de trap op die de trein nog wilden halen. In mijn oren was alles een zachte ruis, totdat ik links van me geluid hoorde dat opwinding verried. Volume en toonhoogte weken af van het spitsgemurmel.

Het fluitsignaal had net geklonken en in de deuropening van de trein stond een vrouw. Aan haar voeten, op het balkon, lag een ingeklapte buggy. Ze keek naar haar kind dat nog op het perron stond. Wat moest ze nu? Als ze haar kind zou pakken, zou de kleine jongen of zijzelf tussen de deuren klem komen te zitten. De trein zou gaan rijden en ze kende de verhalen van meegesleurde lichamen en ongeplande amputaties van handen, armen, voeten, benen. Er was wanhoop en angst bij moeder en zoon, het was voelbaar. Er was ook grote ergernis bij de omstanders. Ze schreeuwden ‘Wacht!’ ‘Stop de trein!’

Een paar meter verderop stonden twee servicemedewerkers van de Nederlandse Spoorwegen. In hun blauwe pakken zou je ze gemakkelijk aanzien voor conducteurs, maar ze stonden alleen maar wat te ouwehoeren. Ze hadden niets te maken met de vertrekkende trein. Toen ze zagen dat er nog mensen wilden instappen terwijl het fluitsignaal al geklonken had, geboden ze: ‘Niet meer instappen!’ (Dat zijn nu eenmaal de regels. Zij zagen het kind niet. Zij zagen de moeder niet.)

Natuurlijk was er ergens een conducteur, maar hij of zij stond aan het uiterste einde van de trein en zag de hele situatie niet. Sterker nog, hij zag moeder en kind niet omdat de twee servicemedewerkers in zijn zichtlijn stonden. Een ambtenarig type man poogde het kind vanaf het perron op te tillen en in de trein te zetten, maar de deuren schoven dicht.

Toen sprong, vanaf het balkon van de trein, plots een man in de deuropening. Hij was geen doorsnee forens, geen ambtenaar, geen man in pak. Hij was groot, breed, sterk. Hij droeg een spijkerjack, spijkerbroek en geblokt overhemd. Hij had dik, lang, bruin haar, in een staart naar achteren gebonden. Hij zette zijn handen op de twee deuren, wrong zijn lijf ertussen en trok – met moeite – de deuren open. Als Simson die de tempelpilaren omver duwde.

Ik had hem niet eerder gezien. Hij had niet geschreeuwd naar de servicemedewerkers. Hij had zijn hand niet naar het kind uitgestoken. Maar toen het echt moest, dook hij tevoorschijn en redde vrouw en kind. De man zag mij niet. Hij keek niet naar zijn publiek. Hij hield de deuren open tot de peuter onder zijn spanwijdte de trein in was geklommen.

 

Michelle van Dijk, 28 december 2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s