Ik kan het boek niet meer zien

Als ik een boek schrijf, gewoon puur hypothetisch, als ik een boek schrijf, dan zou ik mijn uitgever af en toe zulke opmerkingen toeslingeren bij het corrigeren van de drukproeven:

Voor ik U er iets anders van zeg, kan ik niet nalaten dadelijk U te melden dat ik hoogst onaangenaam gestemd ben door het volgende. Ik zie namelijk door den geheelen roman het woord salon, dat ik altijd en overal mannelijk heb genomen: de salon, veranderd in het salon: iets, waarvan ik kippenvel krijg; terwijl ik tevens niet begrijp wie de rustige brutaliteit heeft om dit het geheele boek door op eigen gezag te hebben veranderd. Want dat gezelve de schuldige zijt, kan ik niet aannemen: in al mijn boeken is salon altijd mannelijk genomen. Zeg mij dus s.v.p. wie dit gedaan heeft, of vorsch het voor mij uit: is het een corrector of een zetter, meld mij dan s.v.p. adres; want ik ben niet van plan het erbij te laten en wil dien vriend persoonlijk een reprimande toedienen. Ook ben ik van plan in het Vaderland in een artikel die onzijdigheid van salon te herroepen. Ik heb geen lust die bêtise te slokken. Ze bederft mij het geheele boek, dat ik niet meer heb ingezien en niet meer van plan ben in te zien. Misschien vindt ge dit overdreven, maar zoo zijn nu soms de zielen van ons, arme romanciers. Ik kan het boek niet meer zien.

Het is eigenlijk heel erg lief, dit briefje van Couperus aan Veen. En grappig. Dreigen doet hij pas echt als het over geld gaat:

Amice,
Ik heb je concept-contract ontvangen maar kan waarlijk niet ingaan op zulk een voorstel. Ik meende uit ons laatste gesprek te hebben kunnen op maken, dat je hooger honorarium kon geven. Heb ik mij vergist, dan moeten wij werkelijk maar niet meer samen werken maar ik kan niet voortgaan met een groote, historische roman af te staan voor zulk een prijsje.
Ik kom vermoedelijk 22 april in Amsterdam en hoop er enkele dagen te blijven. Je hebt mij zoo dikwijls gezegd, dat ik je boeken kon in zien, dat ik nu in Holland zijnde, mij wel eens door deskundigen zoû willen doen inlichten – na inzage dier boeken – welke de redenen zijn waarom ik, als gevierde en veel gelezen auteur, mij de laatste jaren met honoraria moet tevreden stellen, die zoó verschillen met wat ik vroeger kreeg. Je begrijpt, dat mij dat wel interesseert.
Verkoop je mij werkelijk zoo veel minder – veel minder b.v. dan Thérèse Hoven, als je mij verleden gezegd hebt – dan zoû ik mij waarlijk maar houden bij Thérèse Hoven en moeten wij afscheid nemen. Samenwerking is in dit geval voor geen van ons beiden aangenaam. Ik, ten minste kan onmogelijk voort gaan, als ik het eenige jaren reeds heb gedaan, ter wille van onze goede verhouding, mij te laten afschepen met een paar honderd gulden.
Wij zullen de zaak dus nog wel eens bespreken en doen bespreken.
Intusschen steeds gaarne, Louis Couperus

Bron: Louis Couperus en L.J.Veen, Bloemlezing uit hun correspondentie. Redactie H.T.M. van Vliet.

 

Michelle van Dijk, 1 februari 2011

One Comment Voeg uw reactie toe

  1. Suzanne schreef:

    Hoi Michelle,

    Meeeesterlijk, dit stukje.
    Zo weet jouw uitgever ook meteen dat er met jou niet te sollen valt (of was het niet zo bedoeld?????
    Het is heel leuk om je stukjes te lezen en je stukje over je buurt was heel herkenbaar.

    Veel groeten van Suzanne

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s