De klas van Frans-Willem

Er is zoiets als een Leidse school, een groep schrijvers uit een lichting, het is de klas van Frans-Willem Korsten. Ik weet niet of FW erop zit te wachten dat ik dit soort dingen aan zijn literaire geestdrift en nobele ziel toeschrijf, maar ik doe het. Dit is geen Herenclub die elkaar regelmatig treft, dit is geen stroming die op een dag een handvest publiceerde, maar het is wel meer dan toeval. Christiaan Weijts, Franca Treur, Gerardo Soto y Koelemeijer, zij volgden allemaal* de colleges literatuurwetenschap onder zijn leiding. Ik was er ook bij. En Thomas Blondeau.

De colleges liepen soms over in kroegbezoek en andersom, dan zaten we daar bij Wereldliteratuur over Don Quichot te ouwehoeren in een walm van alcohol of shoarma van een van ons en ik weet niet meer of het daar of buiten of in de kroeg was dat Thomas dan zei, over Don Quichot: ‘Het is een dik boek, maar het leest als een tiet,’ en nu lijkt het of dat dan alles was waar we het over hadden, maar nee, we gingen juist literatuurwetenschappen doen naast een andere studie omdat die eerste studie niet genoeg diepgang had. Dát was de klas van Frans-Willem.

Hier vonden wij elkaar, de literatuurliefhebbers en dus ook de schrijvers. Daar werd allerminst op aangestuurd overigens, op college analyseerden we boeken, er werd niet geschreven. Frans-Willem liet me ook wel een keer weten dat hij absoluut zijn vingers niet wilde branden aan het beoordelen van proza van studenten. Dus schrijven gebeurde buiten de collegezaal: ik zat bij Passionate in de redactie, Thomas bij het universiteitsblad Mare. We vroegen elkaar voor publicaties en optredens, zo kwam ik bij zijn studentenvereniging Catena en zo interviewde hij mij ook toen ik getrouwd was (want dat doen studenten niet zo vaak).

In 2006 of 2007 kwamen we elkaar weer eens tegen, het jaar ervoor was zijn debuut eX verschenen. Hij vertelde hoe het hem als beginnend schrijver verging, hij maakte de vergelijking met Weijts en Soto y Koelemeijer; hoe zij alle drie een goed boek hadden geschreven, met ziel en zaligheid, maar hoe wisselend de ontvangst was. Maar dit was maar het begin. Bij Donderhart was er al meer publiciteit, ik herinner me een mooie cover en interview in Passionate Magazine. Dit weekend twitterde Thomas dat hij niet te klagen had; het NRC zette hem op de cover (en eerder had de Volkskrant dat al gedaan). Gerardo’s tweede boek, De gestolen kinderen, zal zeker ook meer aandacht krijgen dan zijn debuut en over de successen van Christiaan Weijts en Franca Treur hoef ik jullie niets te vertellen.

In 2003 schreef Thomas in Passionate over zijn ervaringen met Vlaamse schrijfwedstrijden: ‘Wie in Vlaanderen een boek weet te schrijven, vlucht nog voor de slotparagraaf naar een uitgeverij boven de Moerdijk.’ Laatst nog vertelde hij over zijn verhouding tot België en Nederland in dit mooie filmpje. En inderdaad, Thomas was zo goed in zijn vlucht geweest dat menig Hollander hem voor een Hollander hield. Zijn laatste boek Het West-Vlaams Versierhandboek is juist een terugkeer naar zijn geboortestreek. En daar overleed hij ook, dit weekend.

Het is oneindig treurig. Hij had nog zoveel te schrijven.

 

*Voor wie hier werkelijk literair-historische waarde aan wil toekennen: nee, we zaten niet allemaal gelijktijdig in die collegebankjes. Christiaan Weijts was eerder en Franca Treur later. 

One Comment Voeg uw reactie toe

  1. Peter van Schie schreef:

    Een heel eigen verhaal over – inderdaad- een droef gebeuren.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s