Het ik-tijdperk

Ik dacht dat het ‘ik-tijdperk’ al begonnen was in de jaren zestig (van de vorige eeuw dus), maar gisteren leek het een nieuwe ontdekking te zijn: in de Volkskrant schreef Wilma de Rek over de verhouding tussen fictie en autobiografie in Nederlandse romans. Ze zou graag meer verbeelding zien in de Nederlandse literatuur (en minder autobiografie dus). Dat vind ik prima, ik sluit me aan bij haar slot:

20131229_113541

Maar in haar argumenten kan ik me niet vinden. We zijn niet meer aan fictie gewend en hebben het te druk om ons te vervelen (waarin de verbeelding ontstaat), zegt ze. Zijn we door al het ik-denken, het ik-schrijven, de reality-tv en het individualisme inderdaad afgedwaald van de verbeelding? Dat zou kunnen, maar we moeten het beeld van schrijvers en lezers in de media niet verwarren met het literaire lezen. De bestsellers en hypes zijn het kloppend hart van de boekhandel, niet van de literatuur. Ik denk wel dat de mens snel te lui is om buiten zijn eigen wereld iets te bedenken, als schrijver of als lezer. Het is inderdaad makkelijker om in een leeswereld te stappen als je de hoofdpersoon van het verhaal al bij Pauw en Witteman hebt zien zitten.

En dat we het druk hebben, betekent toch niet dat de mens van nu zich niet meer geestelijk kan vervelen? Ik heb het retedruk, maar ik kan me verschrikkelijk, verschrikkelijk vervelen – en ik denk dat veel mensen zich daarin herkennen.

De Rek noemt ook enkele voorbeelden van schrijvers die bij hun tweede boek haperden omdat er minder autobiografisch verhaal voorhanden lag: ‘Kluun is er nooit in geslaagd het succes van Komt een vrouw bij de dokter te evenaren; Myrthe van der Meers tweede roman haalt het niet bij de eerste; Franca Treur moest de publicatie van haar tweede roman, gepland voor afgelopen najaar, uitstellen tot volgende week.’

Humbug, zou mijn zoon zeggen die deze week twee keer The Muppet’s Christmas Carol keek. Hoe (on)vergelijkbaar zijn deze schrijvers en boeken? Zegt het gegeven dat Franca Treur haar boek heeft uitgesteld werkelijk iets over de verbeelding in haar eerste en tweede werk? Iedereen weet toch dat uitgevers hun grote verwachtingen graag vroeg in de catalogus zetten, ook al is er dan het risico dat de uiteindelijke publicatie later valt? Voor veel schrijvers is een tweede boek moeilijk, omdat je na je eerste boek met nieuw materiaal moet beginnen: of dat nieuwe materiaal nu geleefd of verzonnen moet worden, dat doet er niet veel toe. We kennen toch genoeg succesvolle schrijvers die niet voortdurend autobiografisch werken, Tommy Wieringa, Renate Dorrestein, ik noem er maar een paar.

Kortom, ik had de indruk dat De Rek hier vooral schreef over literatuur in de media, terwijl literatuur ook (en vooral) buiten DWDD en RTL Late Night in ontwikkeling is. Haar devies: ‘Meer verbeelding in 2014’ mag wat mij betreft vervangen worden door: Minder hypes.

Lees buiten je boekje. Lees buiten de lijstjes van Volkskrant en NRC (opnieuw een toplijstje gemaakt waar niet één vrouw een plaats mocht krijgen, zouden ze niets geleerd hebben van onze suggesties?). Loop met een boog om de top 10-tafel van Polare heen. Er is zoveel meer te lezen. Lees met verbeelding.

P.S. Lees ook wat Daan Stoffelsen schreef over hetzelfde onderwerp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s