Een eerlijke recensie 2: IJstijd

Wortel-IJstijd

Ik had hoge verwachtingen van IJstijd. Maartje Wortel had in haar debuut Dit is jouw huis al laten zien dat ze stilistisch supersterk is; dat ze ontregelende verhalen schrijft met vreemde personages. Mensen die een beetje buiten de wereld staan, meestal zonder daar bewust voor te kiezen. Vaak dacht ik bij die verhalen: het is nog niet af. Ik wil meer weten over deze personages. Het is immers één knap kunstje (ik bedoel het niet onaardig) om een raadsel op te werpen, het is een tweede om ook oplossingen voor raadsels te geven. Daarmee bedoel ik niet dat elk personage, in welk verhaal dan ook, tot betere inzichten moet komen, maar wel dat ik het personage na het verhaal beter wil kennen en begrijpen. Een roman leek mij dus de ruimte waarin de personages van Maartje Wortel echt tot leven zouden komen.

Hoofdpersoon in Wortels tweede roman IJstijd is James Dillard. Zijn moeder betaalt zijn leven in een hotel, hij werkt niet. Zijn vriendin Marie doet eigenlijk ook niet zoveel, ze studeert een beetje. In het boek bestaan zij met z’n tweeën, er zijn geen andere mensen die van belang zijn, ze gaan niet met vrienden uit, alleen een enkele keer naar familie. Marie heeft anorexia en James gaat met haar naar een Zweeds eiland en het loopt niet goed af. Dat is allemaal erg wanhopig, maar ik voelde het niet. Het kan aan mij liggen, ik heb een duidelijke voorkeur voor rauw-realistische verhalen; een weergave van de (eigentijdse) werkelijkheid zoals ik die ken en dan wel zo rauw dat je het bloed nog proeft. Ik heb niets tegen nihilisme wanneer mensen (verhaalpersonages) duidelijk lijden onder het gevoel dat hun leven geen zin heeft; maar dat wil niet zeggen dat deze mensen ook echt hele dagen nietsdoen. En dat is nu juist wat James Dillard, hoofdpersoon van IJstijd, doet. Ik dacht tijdens het lezen: wie leeft er nou zo? Waarom moet ik alle ironische gedachten van James weten? Ik voelde verveling, en nu kun je zeggen: ja, dat is nu juist de bedoeling, dat je voelt wat hij voelt, verveling – maar dan wil ik nog begrijpen waaróm, anders zijn we na twee pagina’s wel klaar. De personages blijven nogal vlak.

Vergelijk dit nietsdoen eens met Jörgen Hofmeester in Tirza, die ook niet (meer) werkt en ook gek wordt van de waanzinnige liefde. Of vergelijk het eens met Michel in Platform van Houellebecq. Dat is nietsdoen in de waanzin van deze tijd. Misschien wilde Maartje Wortel niet zo’n boek schrijven, maar toch: als je de uitzichtloosheid van het leven wilt schetsen, moet je bedenken waar die uitzichtloosheid is begonnen en hoe een personage lijdt onder zijn tijd of zijn omgeving. Je bent niet zomaar existentialist, je bent er niet met wat verwijzingen naar een oppas van vroeger of een bijrol voor Chuck Palahniuk.

Wat dit boek dan wel is, is een absurde schets. Dat kan natuurlijk ook de bedoeling geweest zijn: alleen het raadsel, mooi opgeschreven, want Maartje Wortel kan mooi schrijven. Maar al die oneliners en ironische opmerkingen gaan ook irriteren als de diepere laag ontbreekt:

Ik zoek naar mijn portemonnee in mijn broekzak en geef de chauffeur veel fooi. Ook al heeft hij niet echt veel voor me kunnen betekenen, hij heeft me toch veilig voor de boekwinkel afgezet. Ik vraag hem of hij me aan het eind van de avond ook weer op kan komen halen.
‘Misschien,’ zegt hij. ‘Ik weet niet hoe de avond loopt,’

Dat is nog eens ondernemen, denk ik. Risico’s durven nemen, de dingen laten komen zoals ze komen.
De chauffeur geeft me zijn visitekaartje, hij heet Pepper; daar kunnen allerlei redenen voor zijn, ik ken zijn ouders niet. Vandaag staat de teller op Homer en Pepper. Misschien lijk ik meer op mijn moeder dan ik denk. Misschien is dat zo erg niet, omdat ik in het andere geval op mijn vader zou lijken.

Wat heeft ironie voor waarde, als er geen verwijzing is naar de wereld die wij allemaal kennen, de wereld waarin wij werken en leven in een groter verband?

Het kan goed zijn dat ik nu iets te kritisch ben in deze recensie: ik zie in het werk van Maartje Wortel wel degelijk het werk van een kunstenaar. Ik mis alleen de aanwezigheid van de alledaagse werkelijkheid.

 

Lees ook wat andere bloggers schreven over dit boek.

2 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Inge schreef:

    Boeiende bespreking! Het gekke is dat ik totaal geen verveling voelde tijdens het lezen. Voor mij gebeurde er genoeg en ik las het boek dan ook razendsnel uit om te weten hoe het zou eindigen. Daarna begon ik opnieuw, om Maartje Wortels droogkomische redeneringen nog ‘ns beter tot me door te laten dringen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s