Een bestseller schrijven

Rodaan Al Galidi was gastspreker in een poëzieproject in mijn 4VWO-klas. Hij vertelde hoe hij poëzie maakte van het tv-programma Ik hou van Holland, hij vertelde hoe hij Nederlands had geleerd in het asielzoekerscentrum. En: hij demonstreerde de leerlingen hoe je poëzie voordraagt: met je hele lijf en met je hart in je keel.

Een dichtbundel schrijft hij in drie, vier weken. Zes maanden per jaar werkt hij, zes maanden per jaar leeft hij onder de Spaanse zon. Geen vaste baan, dat wil hij niet, niet zoals de leraressen achterin de klas.
‘Wij ook niet,’ zeiden we na afloop. Mijn collega verklapte dat ik ook schrijver was.
‘Een roman, maar ik ben niet in vier weken klaar.’
Hij vergeleek het schrijven met autorijden. Eerst zit je in de stad: stoplichten, korte stukjes, bochten, geen snelheid. Je moet de stad uit. Op de snelweg rijden, vaart maken. Met niets anders bezig zijn. Geen afspraken. Geen ander werk.

‘Ik heb ook een huis,’ zei ik tegen Rodaan. Ergens moet toch geld mee verdiend worden, bedoelde ik, alsof dat de enige reden is dat ik werk.
Ik zie mezelf zonder werk. Ik zou in bed liggen tot half tien. Op een goeie dag zou ik me om elf uur aankleden. De computer opstarten. De foto’s van de kinderen uitzoeken. Een vakantie boeken. Facebook. Drie verschillende mailboxen en Twitter. Boodschappen doen, een mens moet toch eten. Eerst bankrekening checken, zal wel weer magertjes zijn, want ik heb geen vaste baan. Moet ergens geld vandaan halen. Morgen eens wat kranten aanschrijven en een nonchalant ‘hey-hoe-gaat-‘t-mailtje’ naar die lelijke gast van die borrel laatst, die van dat literaire festival. Een blogje schrijven, want ik heb iets in m’n hoofd, het heeft niets met m’n boek te maken, maar het moet eruit. Wat moet ik ook alweer met m’n boek? Oh ja, alles even een keer lezen. Structuur herzien. Ja, dat gaat vandaag natuurlijk niet meer lukken.

Met baan gaat het zo:

Gisteren werkte ik van half negen tot vijf. In de metro naar huis sliep ik diep. Ik haalde een maaltijdsalade bij de HEMA op het station, te moe om te koken. Hoofdpijn. Na het eten maakte ik een Excel-bestandje met de resultaten van mijn havo-leerlingen. Daarna mailde ik de vijfdeklassers die nog steeds geen onderwerp voor hun debat hadden doorgegeven. Daarna dronk ik thee met mijn lief. Daarna opende ik de 8e versie van mijn roman en sloeg ‘m op als versie 9. Daarna haalde ik de hele structuur van m’n boek overhoop. En twee uur later – twee uur later mocht ik weer van de snelweg af.

Jan Siebelink schreef zijn bekendste boek Knielen op een bed violen nadat hij als leraar met pensioen was gegaan. In VK Magazine zei hij dat hij toen (pas) de ruimte had om juist dit boek te schrijven. De vraag blijft hoeveel meesterwerken ik had kunnen schrijven, zou kunnen schrijven, in de tijd dat ik de werkwoordsspelling uitleg.

‘Er is maar één oplossing,’ zei Rodaan, ‘een bestseller schrijven.’

2 Comments Voeg uw reactie toe

  1. michellevandijk schreef:

    Hmm ik denk het niet, laat mij maar werken!

    Like

  2. Karin schreef:

    Zet ‘m op Michelle! Je negende versie wordt die bestseller. En dan alleen nog maar schrijven… Hoewel heb je dan wel genoeg input?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s