Hooggeachte mevrouw Bussemaker,

Hooggeachte mevrouw Bussemaker, hooggeachte heer Dekker,

De school staat in brand. Extreem lerarentekort!! Vier miljoen voor meer taaldocenten! De alarmbel luidt. Wat moeten we doen? Je kunt de brandslang pakken en blussen, je kunt met je handen in je zakken gaan staan kijken of je kunt wegrennen.

Natuurlijk probeert u de brand te blussen en te redden wat er te redden valt, maar gebeurt dat wel op een goede manier? Er gaat geld naar de lerarenopleidingen, naar beginnende docenten, maar er is nog niet één maatregel bedacht om het werk voor de ‘blijvers’ aantrekkelijk te houden. Wat zeg ik, aantrekkelijk? Ik bedoel burn-out-veilig! De werkdruk wordt steeds hoger (extreem lerarentekort!!) en het toekomstperspectief is beperkt. Daardoor staan in het onderwijs veel mensen met de handen in de zakken. Waarom zou je jezelf overspannen werken als daar niets tegenover staat? Daarom stel ik (eerstegraads docent Nederlands) drie oplossingen voor, die nú nodig zijn om ons onderwijssysteem overeind te houden.

1. Geld naar de blijvers
In de huidige plannen gaat extra geld naar lerarenopleidingen. De docent die al wat langer werkt, pakt hier niets van mee. Dit is wat er dan gebeurt: er worden mooie programma’s bedacht voor startende docenten, onderwijsmasters, gave leerroutes voor de toppers in de klas, spannende traineeships en onderzoeksstages… maar tijdens of na de opleiding ontdekken de enthousiast binnengehaalde docenten-in-opleiding dat een school een lesrooster heeft met 27 lesuren per week en ‘de leuke dingen doe je maar in je eigen tijd’, dat hun toekomst dus niet zo divers en uitdagend is als de opleiding beloofde. Ontzettend veel startende docenten haken af in die eerste jaren. Zorg dus dat alle leraren meer plezier hebben in hun werk, dan wordt het toekomstperspectief voor de starter ook beter en de keuze voor het onderwijs aantrekkelijker. Goed personeelsbeleid is belangrijker dan een gezellige start aan de uni.

2. Minder lesuren per week
De werkdruk in het onderwijs moet drastisch verlaagd worden en dat kan maar op één manier: een lager aantal lesuren per week/jaar. Iedereen weet dat de normjaartaak een onmogelijke papieren norm is. Geen enkele docent kan zijn leerlingen de aandacht geven die zij nodig hebben binnen de tijd die ervoor staat. Bijvoorbeeld: er zijn te weinig taal- en wiskundedocenten, er zijn te veel leerlingen met een te laag (taal)niveau; maar er zijn te weinig uren in onze jaartaak om daar echt iets aan te doen. Er zijn te veel docenten die overwerkt raken. Niemand werkt nog fulltime in het onderwijs, niet omdat we allemaal zo graag parttime willen werken(‘ja, en jullie hebben veel vakantie’), maar omdat een fulltime werkweek in de praktijk een werkweek van vijftig, zestig uur betekent. De norm moet dus voor iedereen omlaag.
Daarnaast moet er gedifferentieerd worden naar vakken of naar jaarlagen die meer tijd kosten. Ik heb het nu niet over inschaling of de hoogte van het salaris; ik wil betaald krijgen voor alle uren die ik werk. Het is niet toevallig dat er vooral een tekort is aan taal- en wiskundedocenten in de bovenbouw. Zij geven de kernvakken (u heeft deze vakken nog wat belangrijker gemaakt), ze moeten daarom bij elke vergadering aanwezig zijn, hebben altijd volle klassen en dus flinke stapels examenwerk te corrigeren. Tijd voor een nakijkbonus?

3. Ruimte voor groei
Laat het lonend zijn voor docenten om zich te ontwikkelen. Door de hoge werkdruk pakken docenten soms taken op zodát zij minder lessen hoeven te draaien. Dit is het bekende ‘uurtjes bedelen’. Wie eenmaal een paar taken heeft (werving achtstegroepers, excursie Texel, sectievoorzitter) wil die ook niet meer kwijt. Een goede uitvoering van taken heeft dat niet per se tot gevolg; want een docent kan maar zelden hogerop komen, waarom zou je je best doen? Jonge, enthousiaste docenten lopen hierop vast: er is geen ruimte voor groei en ambities. Er moeten nieuwe functiebeschrijvingen komen waarin ook een leraar een carrièrepad heeft. Gebruik de eerstegraads docenten om het onderwijs te verbeteren, maak ze docent-beleidsmaker of docent-trainer, maar geef hun daar ook tijd en geld voor.

Rennen of blussen?

Ik zal nooit met m’n handen in m’n zakken gaan staan, maar ik hoop dat de juiste hulpmiddelen aangereikt worden voor het te laat is. Anders moet ik alsnog snel wegwezen en laten we eerlijk zijn, jullie hebben me nodig. Zorg dat ik blijf.

Hoogachtend,

Michelle van Dijk

 

schooljaar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s