Le cita invisibli (Reisideeën 6)

Op 4 mei presenteer ik in Groos een klein en bijzonder boekje: Reisideeën. Tot die tijd elke dag een tipje van de sluier. En vandaag dus een tweede inspiratiebron: Invisible Cities.

Het is een meesterwerk, zegt men: Le cita invisibli. De onzichtbare steden, of in mijn Engelse versie Invisible Cities van Italo Calvino. Ik geloof dat ik het werk nooit heb begrepen, maar dat maakt het niet minder inspirerend. In het boek vertelt Marco Polo, de ontdekkingsreiziger, aan Kublai Khan, keizer van het Mongoolse Rijk, over alle steden die hij gezien heeft.

 

The city of Sophronia is made up of two half-cities. In one there is the great roller coaster with its steep humps, the carousel with its chain spokes, the Ferris wheel of spinning cages, the death-ride with crouching motorcyclists, the big top with the clump of trapezes hanging in the middle. The other half-city is of stone and marble and cement, with the bank, the factories, the palaces, the slaughterhouse, the school, and all the rest.

 

Wat hij beschrijft, zijn misschien niet de echte steden, of misschien is reizen ook wel meer een state of mind, zo zou je uit het boekje kunnen halen. Reizen in de verbeelding is ook niet veel anders dan het echte reizen, omdat elke stad door elke bewoner of bezoeker weer anders gezien wordt. Dat is wat mij fascineerde: want reizen van A naar B om naar je werk te komen en weer thuis, klinkt niet erg spannend. Maar reizen is mediteren, is denken, is bedenken. Wie weet wat echt is en wat verbeelding is – en doet het ertoe? It is our eyelids that separate them, zegt Marco Polo dan.

 

POLO: Perhaps this garden exists only in the shadow of our lowered eyelids, and we have never stopped: you, from raising dust on the fields of battle; and I, from bargaining for sacks of pepper in distant bazaars. But each time we halfclose our eyes, in the midst of the din and the throng, we are allowed to withdraw here, dressed in silk kimonos, to ponder what we are seeing and living, to draw conclusions, to contemplate from the distance.

KUBLAI: Perhaps this dialogue of ours is taking place between two beggars nicknamed Kublai Khan and Marco Polo; as they sift through a rubbish heap, piling up rusted flotsam, scraps of cloth, wastepaper, while drunk on the few sips of bad wine, they see all the treasures of the East shine around them.

POLO: Perhaps all that is left of the world is a wasteland covered with rubbish heaps, and the hanging garden of the Great Khan’s palace. It is our eyelids that separate them, but we cannot know which is inside and which outside.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s