De moraal van dit verhaal

Kunst en literatuur zijn er niet (meer) om lessen te leren, toch? Maar hoe leren we die dan wel? Lessen over grenzen in seks, bijvoorbeeld?

Feiten
In Nederland heeft 42% van de vrouwen te maken gehad met seksueel geweld: daaronder wordt  alles verstaan waarbij de vrouw een fysieke seksuele grensoverschrijding meemaakte. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat er altijd sprake is van onderrapportage.
Sinds vorig jaar is in de VS de discussie over date rape weer aangezwengeld en de discussie gaat dan ook vaak over cijfers (één op de vier college students heeft tegen haar wil seks gehad na een afspraakje, cijfers uit 1987!), zoals wij in Nederland ook wel discussiëren over het percentage prostituees dat onder dwang werkt (zeventig procent?).
En vrouwen hebben twee keer zo vaak PTSS als mannen. De kans op posttraumatisch stress-syndroom na een verkrachting is erg groot. Typisch is dat ik PTSS vooral ken als gevolg van oorlogstrauma’s: ik denk dan aan mannen met PTSS, soldaten, NS-medewerkers, politieagenten – want die zien we in de media volgens mij vaker in beeld.

Maar echt, gaat het over cijfers? Elke vrouw die dit moet meemaken, is er al één te veel.

Kunst
Emma Sulkowicz was degene die de discussie over date rape op gang kreeg met haar kunstproject Mattress Performance (Carry that Weight). Ze had na seksueel misbruik aangifte gedaan tegen een student aan dezelfde universiteit, maar hij werd niet veroordeeld. Zij verwerkte dit in haar kunstproject, waarbij ze elke dag een matras met zich meedroeg op de campus als symbool voor de ervaring die ze nu met zich mee moest dragen – terwijl de dader nog zonder last is. Goed voor flink wat discussie, hoewel ik twijfels had over het naming and shaming van de dader. Wat bereik je daar precies mee?

Romans
Even terug in de tijd. Sara Burgerhart, hoofdpersoon van de eerste Nederlandse roman uit 1782, maakt ook (bijna) zo’n date rape mee:

Ik. Laat my gaan; ’t is nog niet te laat, om in de stad te komen. (Hy lachte.)

Hy. Ziet gy my voor zo een verd…. gek aan, dat ik, een prooi onder myn bereik hebbende, die zal laten weg vliegen?

Ze wordt ternauwernood gered door de dochter van de tuinman. Schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken wilden de lezers leren wat het belang van een goede opvoeding was: dan wist je immers hoe je moest handelen in ongemakkelijke situaties. En dan wist je misschien ook dat je ’s avonds niet de stad uit moest gaan met een rokkenjager als ‘R.’.

Maar zo duidelijk kunnen we de moraal uit moderne romans niet halen. Door alle postmoderne ironie kunnen we eigen lessen uit boeken halen, maar ‘de boodschap’ van de schrijver bestaat niet meer. Zo las ik in De grote goede dingen van Alma Mathijsen ook over een verkrachting: hoofdpersoon Mila is op reis in Israël en volgt de geschiedenis van haar overleden vader. Ze worstelt in dit boek vooral met zichzelf en op een avond drinkt ze zich bijna een delirium, ze gaat mee met een jongen uit de bar en hij verkracht haar.
Ik schreef een recensie over dit boek, ik vond het geen goed boek – maar dit is wel de beste passage in het boek. Maar het is fictie, en ik lees wel gruwelijkere dingen – zette dit mij aan het denken over seks en grenzen? Volgens mij niet.

Journalistiek
Maar toen las ik vorige week in NRC van dezelfde schrijfster een groot artikel: ‘Misbruik zonder dader.’ Alma Mathijsen vermeldde het ook online als een belangrijk stuk dat ze al heel lang wilde/moest schrijven. Ze vertelt wat ze ooit op een vakantie meemaakte. Ik lees:

Zachtjes zei ik: ‘Nee.’

Hij streek met zijn hand door mijn haar.

‘Heel even,’ zei hij. 

Ik draaide mijn hoofd opzij, in mijn ooghoeken stroomde de rivier de stenen glad. De handen van de jongen zaten stevig om mijn middel. Mijn truitje had ik nog aan, het rokje had hij opgetrokken. Ik wilde zijn hoofd niet zien, ik wilde niet dat dat in mijn herinnering bleef. Want ik zou alles onthouden, zoveel wist ik zeker.

Het is een eerlijk stuk zonder naming en shaming. Zo wordt ook opgemerkt dat jongens net zo goed overdonderd kunnen zijn door de seksuele attitude van meisjes. En het benoemt heel precies wat er misgaat: doordat we altijd in dader/slachtoffer denken, blijft het grijze gebied onbenoemd. Wanneer je daarin een nare ervaring hebt, denk je dus dat je je aanstelt – want het was geen brute verkrachting in een kelderbox. ‘Praten lijkt de oplossing. Als we niet beginnen om de discussie te verbreden, zullen er elk jaar meer meisjes als ik bij komen.’

Moraal
Tja, wat dé oplossing is, dat zou ik niet weten. Maar ik ben me nu meer bewust van dit probleem dan bij het lezen over kunstprojecten, in fictie of in droge cijfers.
Dus is er een moraal in dit verhaal? Ervaringen en lessen kunnen anno 2015 beter in kranten dan in romans of in kunst gepresenteerd worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s