Jij en ik

Jij gelooft in democratie want dat is vrijheid van meningsuiting en je hebt een mening. Die laat je horen ook. Je schreeuwt. Je gaat zelfs met je maten naar bijeenkomsten buiten je eigen stad om samen te schreeuwen. Je schrijft in grote letters op spandoeken wat je denkt. Je gebruikt krachtige gebaren, zoals de vuist of de middelvinger. En je kent ook wel iemand die z’n mening nog wat kracht heeft bijgezet met eieren, stenen of vuurwerk, met hakenkruizen en Keltenkruis – maar jij natuurlijk niet.

Ik geloof ook in democratie want democratie gaat uit van gelijkheid. Ieder mens is evenveel waard. Jij hebt dus evenveel recht als ik om een stem te hebben in besluitvorming. Maar democratie is voor mij niet het recht van ‘wie het hardst schreeuwt’. Het is niet het recht van de vuist. Het is artikel 1: gelijke behandeling, geen discriminatie.

Jij bent bang dat er iets in jouw leven zal veranderen. Als je vrouw en kind op straat lopen, kunnen ze vluchtelingen tegenkomen. Mensen uit een andere cultuur. Wat gebeurt er dan?

Niets, denk ik. Nog nooit heeft een moslim mij een hoer genoemd. Ik ben wel eens bespuugd door het type ‘Feyenoord-hooligan’. Ik zie andere dingen gebeuren. Een vrouw in Steenbergen sprak zich voor vluchtelingen uit, jij schreeuwde: ‘Daar moet een piemel in!’ Dat vond ik bedreigend, beledigend, kwetsend. Burgemeester Vos kreeg bij die bijeenkomst te horen: ‘Wij gaan op vossenjacht.’ Dat is ook bedreigend. Als ‘eigen volk eerst’ je leus is, waarom maak je je ‘eigen volk’ dan bang?

Jij bent bang dat jouw welvaart minder wordt doordat we met anderen delen.

Ik snap je angst. Onze welvaart is ook verminderd. Dat kwam door hoge witte heren die meenden dat zij boven alles stonden. Dat kwam niet door te zorgen voor mensen in nood. Maar ik heb nog steeds een huis, elke dag te eten, goed onderwijs en basiszorg. Ik leef in vrede.

Jij denkt dat veel vluchtelingen terroristen zijn, of op z’n minst radicale moslims die ons de sharia op zullen leggen.

Ik denk dat veel Nederlanders zoals jij zijn. Ik vind ze soms dom en asociaal. Ik vind ze eng en agressief. Ze willen de baas zijn in hun buurt, hun dorp, hun stad of land. Ze beledigen gezagsdragers, journalisten, mensen die onmisbaar zijn in een goed functionerende democratie. Ze denken niet, ze roepen maar. Ze zeggen dat de linkse media overdrijven en manipuleren als het om hun daden gaat, maar ze zien niet dat Geert Wilders en rechtse media ook overdrijven en manipuleren. En toch krijgt deze bedreiging van onze democratie nog steeds recht van spreken. Juist: omdat we in een democratie leven. En dit begrijp ik dus niet: als je niet wilt dat Nederland anders wordt door vreemdelingen, dan moet je er alles aan doen om die democratie overeind te houden. Daar hoort geen geweld bij. Daar hoort geen gescheld en geschreeuw bij.

Jij bent bang voor de hoge witte heren. Je bent bang dat ze besluiten over jou nemen, over jouw stad of dorp, over jouw leven, zonder dat je inspraak hebt gehad. Daar ben je boos om. Het zou zoveel makkelijker zijn als je dát goed kon verwoorden, als men daarnaar zou luisteren.

Ik geef je gelijk. Het grootste gevaar is dat niemand nog naar iemand luistert, omdat door schreeuwen en dreigen geen inspraak meer gegeven kan worden.

Jij maakt op deze manier kapot wat je zo graag overeind wilt houden. Dus stop met schreeuwen. Laat je vuist zakken. En start het gesprek.

 

 

Klik en lees ook over mijn roman Darko’s lessen en steun mijn werk met een duimpje. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s