Moederboeken

Ik las twee moederboeken en de vraag drong zich op: zou ik zoiets ooit kunnen of willen, een roman over mijn moeder schrijven? Niet een boek waarin een moeder een rol heeft, nee, je eigen moeder als hoofdpersoon. Bij deze twee romans wordt namelijk op de achterflap of in media-optredens duidelijk gemaakt dat de schrijver echt van autobiografische gegevens uitgaat. Waarom kiest de schrijver het verhaal van zijn moeder? En moet de moeder dan een ontstellend interessant leven hebben?

Ik heb het over Ik kom terug van Adriaan van Dis en Nora van Colm Tóibín en ik ga nu geen antwoord geven op deze vragen. Maar ik vraag het me allemaal wel af. En ook: heeft een schrijver het recht om alles over iedereen op te schrijven? Van Dis heeft trouwens als motto bij Ik kom terug: ‘You must sacrifice your family on the altar of fiction.’ Zijn antwoord op de vraag is dus wel duidelijk.

Van Tóibín had ik nog nooit gehoord, maar van Van Dis had ik ook nog nooit iets gelezen. (‘Wat? Hoe kan het dat jij nog nooit iets van Adriaan van Dis hebt gelezen?!’ zei iemand. Ik weet het niet. Dit jaar las ik ook voor het eerst een boek van Jeroen Brouwers. Prima schrijvers, maar in alle eerlijkheid, ik dacht niet: ‘Hoe heb ik ooit zonder ze gekund?’)

 

Ik kom terugNora

 

Maar nu deze twee boeken. Nora is het verhaal van een vrouw die zojuist weduwe is geworden. Ze moet verder met haar vier kinderen, twee dochters die al gaan studeren en twee jonge tienerjongens. Nora woont in Ierland, begin jaren zeventig, in roerige politieke tijden, maar ook in een kleine wereld waarin iedereen elkaar kent. Nora haat het dat iedereen naar haar kijkt met medelijden, dat ze allemaal een praatje maken omdat ze het gevoel hebben dat dat moet en het duurt lang voordat ze maling aan anderen durft te hebben, voordat ze iets voor zichzelf durft te kopen, want een weduwe mag toch niet te veel plezier hebben… en opvallend genoeg stort ze in zodra ze aan deze omwenteling toegeeft: juist als ze haar huis vernieuwt en alles mooi en nieuw en naar haar smaak wordt, kan ze het niet meer aan.

Ik vind het verschrikkelijk kitsch dat er op de flaptekst staat: ‘Een schrijver die je ongemerkt diep weet te raken’, maar het is wel waar. Eerst is er alleen het alledaagse leven van Nora, de kinderen gaan naar school, ze verkoopt hun vakantiehuis, ze zoekt een baan, het is een rotbaan, enzovoorts, maar af en toe blijkt dat het allemaal niet werkt, dat ze de controle kwijt is. Bijvoorbeeld als Nora tegen de non zuster Thomas zegt: ‘Het enige wat ik hoop, is dat in de hemel alles simpeler is. Bid maar dat het in de hemel allemaal simpeler is.’

Het boek is traag, maar gek genoeg denk ik soms dat het te snel gaat, of dat ik iets gemist heb. Dan weet ik niet hoe oud haar kinderen zijn – en dat maakt toch wel uit, of ik geloof Nora niet omdat ze in het begin nogal kort stilstaat bij de stotterproblemen van zoon Donal. De historische achtergrond – de opkomst van vakbonden, maanwandelingen en de rellen in Derry – is er als een sausje overgegoten, en ja, je houdt van saus of niet, daarmee bedoel ik: het had of veel sterker aanwezig moeten zijn, of veel minder, nu lijkt het een achteraf toegevoegde smaakversterker.

Op de flaptekst staat ook: ‘Een moderne klassieker voor de liefhebbers van Stoner.’ Dat vind ik dus net zo verschrikkelijk. Als de boeken al overeenkomen, dan is dat misschien in het kalme ritme, maar verhaal, personages en thematiek zijn zo anders…

Maar omdat ik hier meer ruimte heb dan op een achterflap, maak ik wel de vergelijking met Ik kom terug, alleen maar omdat beide schrijvers over hun eigen moeder schreven. Toíbín zegt in een interview (klik en lees) dat het schrijven over zijn moeder (als beginpunt, verder is alles fictie) niet therapeutisch werkte: hij probeerde niet haar beter te begrijpen, zo werkt bij hem het proces van fictie schrijven niet, want hij komt steeds verder van de werkelijkheid.

Maar wat zegt Van Dis (in NRC DeLUXE)? ‘Het is zelfs zo, als ik in een situatie ben die vervelend is, druk ik mentaal een knop in: een verhaal. Je kunt in woede uitbarsten of denken: ik stap in dat verhaal. Ik vind het interessant om naar mezelf te kijken alsof ik in een verhaal leef.’

En welk verhaal vertelt Van Dis? Moeder wil niet lang meer leven en sluit een dealtje met zoon: hij moet haar helpen naar een zacht einde en zij zal hem haar levensverhalen vertellen. De verhalen van haar Indische mannen, de jappenkampen, haar ouders, haar geboortegrond, haar familie; al deze verhalen worden geplaatst in het ‘raam’ van de laatste maanden met haar, de ongemakken van leven op hoge leeftijd als je niet meer wilt.

Van begin af aan is duidelijk dat het geen gewone moeder-zoonrelatie is. Het boek opent met een herinnering uit zijn jonge jaren: de ik-persoon vecht met zijn moeder om een kist met haar persoonlijke spullen. ‘We speelden hamer en aambeeld, en vonden elkaar in tegenkracht.’ Ze bestrijden elkaar harder dan ze elkaar liefhebben, ze bevechten elkaar harder dan ze voor elkaar willen en kunnen zorgen. Dat zal niet veranderen in de loop van het boek. Hoewel de zoon alle tijd neemt om dichterbij te komen, blijft hij zelf in woorden net zo afstandelijk: ‘Haar doodgaan nam de tijd.’ Hij laat zijn zus dan ‘de eer van de laatste reutel’.

Pijnlijk, maar ook wel pijnlijk mooi beschreven. Ik mis in dit boek alleen de plot van een roman. Er is een raamvertelling, maar de herinneringen gaan van de hak op de tak, en dat geldt ook voor de selectie aan wat er wel in het ‘raam’ beschreven wordt. Steeds heb ik het gevoel dat ik geen roman lees, maar de memoires van Adriaan van Dis. In het eerder genoemde interview zegt hij dat het boek geen non-fictie is, ‘omdat er zoveel verzonnen is’. Maar heeft hij echt een ander karakter, een ander leven verzonnen? Of heeft hij het alleen net iets anders verteld?

Je verwacht toch, als een schrijver de moeite neemt om een boek geïnspireerd op zijn moeder te schrijven, dat je na het lezen van dat boek de moeder beter begrijpt. Dat hoeft niet het doel van de schrijver te zijn, maar mag wel het effect bij de lezer zijn; dat je met haar meevoelt, dat je een stukje van haar leven meegeleefd hebt. In Ik kom terug leef je vooral met de zoon mee, de afstand tot de moeder blijft, dus ook voor de lezer. Nee, lees dan maar Nora. Zij heeft ook een probleem in het contact met haar kinderen, maar je snapt haar en je voelt de ellende. Heerlijk.

 

Klik en lees ook wat andere bloggers schreven over Nora of over Ik kom terug.

Ik las deze boeken voor een ‘perfecte dag voor literatuur’. Dat betekent dat ik het boek cadeau krijg van de uitgever en dat ik, met vele andere bloggers, op een afgesproken dag over het boek blog.

Één reactie Voeg uw reactie toe

  1. Cathelijne schreef:

    De vergelijking met Stoner vond ik ook merkwaardig. Totaal ander boek, op het tempo na idd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s