Zomerlezen 6: Kaas

Ook in de zomervakantie leest een leraar Nederlands wel eens iets voor de lijst. Ik kan boekenkasten vullen met de boeken die ik allemaal had moeten of zou moeten lezen, nieuw-net verschenen-niet te missen, of klassiek-canoniek-mag je niet gemist hebben, wat, heb je die nog nooit gelezen?! Kaas van Willem Elsschot stond op dat laatste lijstje.

Waarom lezen scholieren Kaas? Vanwege het aantal bladzijden. Iedere schrijver die een werk van onder de honderd pagina’s schrijft, verdient al een plek in de canon, als het aan scholieren ligt. Ik bedoel dat niet cynisch, het is de realiteit en dat zou prima zijn, als Kaas dan met enige aanwijzingen ook echt begrepen werd. Maar voor kinderen is het een onbegrijpelijk en vervelend boek: een man is een saaie klerk, gaat dan kaas verkopen terwijl hij niet van kaas houdt, hij bakt er niets van, en gaat weer terug naar zijn oude leven. Begrijp je daar iets van als je zestien bent?

Hoofdpersoon Laarmans is de ultieme antiheld, lijdt aan een midlifecrisis, burn-out, bore-out of depressie, zouden wij nu zeggen, vraagt zich voortdurend af wat anderen van hem vinden, neemt impulsieve beslissingen, geleid door anderen, of zo ziet hij dat: hij geeft anderen de schuld van alles, is zelf eigenlijk een lamlendig type en zijn omgeving weet dat zijn ondernemingsdrift een fase is en laat het even zo. Als het avontuur afgelopen is, ziet hij dat zijn gezin hem al die tijd wel begrepen heeft, al begreep hij zichzelf niet. Voor zo’n dun boekje is dat psychologisch inzicht toch haarfijn opgeschreven.

Mijn vrouw staat daar zonder iets te doen en kijkt ons tuintje in. (Bijzonder, zijn vrouw staat daar ‘zonder iets te doen’, in alle andere situaties in het boek is ze bezig, want ‘zij kan geen lamlendigheid uitstaan’!)
Ik ga op haar toe en sluit haar in mijn armen. En als mijn eerste tranen op haar verweerd gezicht vallen, zie ik dat zij mij tegenweent.

Wat een prachtig woord, ‘tegenweent’. Dat klinkt toch zo anders dan ‘meehuilen’…

Tot slot, voor de leraar Nederlands is ook de inleiding verplichte kost. Het verhaal is nog niet begonnen, maar hier staan wat ideeën over literatuur en stijl. De volgende notitie moet elke leraar zich in de oren knopen voor hij/zij een klas aan het schrijven zet:

Hoofdzaak is dat men iets te hanteren krijgt waar men met zelfvoldoening zijn stijldrift op botvieren kan. Daarom moest men schooljongens vrij laten in de keus van ’t onderwerp en die zevenenvijftig zo verschillende sukkelaars niet dwingen op een zelfde namiddag de Lente of de Begrafenis van Moeder te beschrijven. En zond er dan een aan zijn meester een brief waarin hij zeggen zou waarom hij ’t vertikt vandaag enig opstel te maken, waarover dan ook, dan behoorde die brief zijn opstel te zijn. 

Kaas
Kaas is ook als beeldroman van Dick Matena verkrijgbaar!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s