‘Wat ik ook schreef het ging over mijzelf’

Ik las Knausgard en Haasse en ze vertelden hetzelfde: ze zochten naar wat er in hun leven gebeurd was waardoor zij werden wie zij waren op een later moment; ze zochten naar de bron van hun schrijversschap. Al die tijd draaiden zij er in (historische) fictie omheen; nu doken ze juist in het biografische om de ‘werkelijkheid’ onder ogen te zien.

Knausgard in Vader, 2009: ‘Je weet te weinig, en het bestaat niet. Je weet te veel, en het bestaat niet. Schrijven houdt in wat bestaat uit de schaduw te halen van wat we weten. Daar draait het om bij het schrijven. Niet om wat daar gebeurt, niet om wat voor handelingen zich daar ontvouwen, maar om het dáár op zich. Daar, dat is het terrein en het doel van het schrijven. Maar hoe kom je er?’

Haasse in Zelfportret als legkaart, 1954: ‘Wat zijn de boeken die ik geschreven heb, wat zouden zij onder de gegeven omstandigheden anders kunnen zijn dan eruptiemateriaal, lava en as van een ondergronds vulkanisch proces? Ik herken mijzelf en mijn eigen problemen in keuze van onderwerp en, in wijze van uitwerking. Ik zie hoe ik in de loop der jaren, in verschillende vermommingen steeds hetzelfde verbeeld heb, tot schrijven gedwongen werd door altijd dezelfde behoefte aan een bevrijding. Het masker, het décor doet niet ter zake, wat ik ook schreef het ging over mijzelf.’

‘Het is een wonderlijke ervaring plotseling door het rookgordijn van de eigen verzinsels te zien. Wat destijds te goeder trouw werd opgeschreven als een verhaal met zelfbedachte (en in het geval van de historische romans) aan geschiedkundige bronnen ontleende figuren en gebeurtenissen, blijkt achteraf te zijn niet een afrekening – want afrekenen doet men waarschijnlijk toch wel min of meer bewust – maar een onbewuste poging mij door vormgeving te bevrijden van wat er diep onder de oppervlakte in voortdurende beroering was.’

‘Wat is dit zoeken naar de kracht die mij drijft, die zich in mij en door mij manifesteert, die niet ‘ik’ is, maar oneindig veel méér dan ‘ik’ die ik deel met alle anderen, die mij met al wie de eigen bewustwording wil in de enig denkbare broederschap verbindt, anders dan de manifestatie in het klein van een proces waarvan ik de omvang niet eens vermoeden kan.’

 

De vraag is of je vanuit het inzicht dat je uiteindelijk altijd over jezelf schrijft dan ook maar uitsluitend over jezelf moet schrijven; of je de ‘fictie’ los moet laten omdat het geen echte fictie is.

Knausgard schreef na Vader nog vijf delen zelfportret; Haasse bleef toch grootmeester in de historische roman.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s