Aan het eind van de dag – Nelleke Noordervliet (recensie)

Als Katharina Mercedes Donker, ‘Kat’, oud-minister, gevraagd wordt om mee te werken aan een biografie over haar leven, begint ze zelf aan een terugblik. Dat is Aan het eind van de dag, de nieuwste roman van Nelleke Noordervliet: een ijzersterk portret van een fictieve, krachtige vrouw. Maar die terugblik valt de hoofdpersoon niet mee: ‘Alles is ergens in de fractalen van mijn hersenwindingen opgeslagen, maar op sommige episoden zit een post-it: ‘niet aanraken’.’

Ik heb wel eens geschreven over het lezen op ‘herkenbaarheid’. Het wordt soms beoordeeld als een inferieur leesmotief. ‘Ja, ik leefde zo mee!’ klinkt wellicht weinig literair. Maar een schrijver die de juiste snaar weet te raken, daar is nooit iets mis mee. En dat je letterlijk een gebeurtenis herkent, is eigenlijk erg bijzonder. Daarom citeer ik een wat langer stuk, waarin de ik-persoon als jong meisje bij een vriendinnetje blijft eten:
‘Ik overwoog te zeggen dat ik geen trek had, of dat ik naar huis moest, maar dat zou de aandacht nadelig op me vestigen. Van boter zag ik af: het smeren vereiste een techniek waarbij de vork het brood vasthield terwijl het mes veegde, die mij uitsluitend voor gevorderden leek, want mes moet rechts en ik was linkshandig. Een plak kaas vlijde ik met succes op mijn boterham, maar toen kwam het snijden door de taaie korst, die geen mes toeliet. Kaas en brood begonnen een reis over mijn bord, zochten de randen op, het mes kraste met een ijselijk geluid over het porselein, de boterham scheurde waar de vork hem vasthield, het was een ravage. Uit mijn ooghoeken zag ik de anderen keurige vierkantjes maken, prikken en naar de mond brengen. (…) Toen ik naar huis fietste had ik geen gevoel van richting meer, geen verlangen naar ‘thuis’. De mensen bij wie ik hoorde hadden me de wereld in gestuurd zonder gebruiksaanwijzing en zonder gereedschap, ik kon zelfs niet op hen rekenen.’
Ik was 14 en het was geen vriendinnetje, maar een eerste vriendje, het was geen plak kaas, maar hagelslag, maar het ongemak is hetzelfde, het besef dat je het ‘gereedschap’ niet hebt om de wereld in te gaan. Voor Kat wordt dit een harde keuze tegen haar ouders, zoals ze later in het boek zegt: ‘Niet een van mijn linkse politieke vrienden is opgegroeid zonder badkamer. En aan mijn kant is een boekenplank een zeldzaamheid. Waar sta ik? Daar begint het. Op dat moment. Daar wordt het spel werkelijkheid. Ik zal mijn vader wreken, zweer ik bij mijzelf.’

Niet iedere lezer zal deze persoonlijke herkenning beleven, maar iedereen ziet de Zeitgeist van de jaren zestig, zeventig tot nu in dit boek terug: ‘Het woord ‘solidariteit’ krijgt inhoud, dacht ik trots, en ik voelde me grenzeloos solidair met iedereen, met de Colombiaanse koffieplukker, de Indiase straatveger, de Italiaanse gastarbeiders en de stuwadoors in de Rotterdamse haven. Dat waren onze broeders.’
Over het Griekenland van 1969, een uitspraak die moeiteloos in het nu past: ‘Angst en wantrouwen zijn de kiemen en zaden die tussen het volk zijn gestrooid en die het volk heeft opgevreten alsof het manna was.’
Als Kat in haar buurt van vroeger rondloopt, komt ze een oude buurvrouw tegen die klaagt over buitenlanders. ‘Ik moest haar stem zijn, haar rechten verdedigen en opeisen, haar zicht geven op een net iets beter leven, een caravan in Bakkum, een biefstukje op zijn tijd, scholing, vorming, medezeggenschap, volwaardigheid. Ze vertrouwde me. Nu vraagt ze me te vechten tegen de immigranten en asielzoekers, tegen de hoofddoeken en soepjurken, de armoedzaaiers en de leeglopers die aan haar AOW en haar thuiszorg komen.’ Kat heeft het gevoel dat de strijd voor haar idealen nutteloos is geweest.

En dan moet ze nog eens vrede zien te vinden met de keuzes die ze in haar persoonlijk leven maakte, want denk niet dat dit boek alleen politiek is. Het politieke is immers persoonlijk, het persoonlijke is politiek – natuurlijk een motief in deze roman. En ook al zit het boek vol verwijzingen naar politiek, recente geschiedenis, literatuur, Bijbel en mythologie, toch wordt het niet te zwaar. Het persoonlijke beschrijft Noordervliet steeds in scherpe, rake zinnen: ‘Simon zweeg. Ik ook. Het plezier in het debat was de laatste tijd uit onze verhouding weggelekt. We dronken onze wijn als een uitgeblust echtpaar dat geen gespreksstof meer heeft. Om ons heen zaten jonge mensen druk en hevig te leven, morgen zouden ze ontwaken in een vreemd bed. Ik zag mezelf in vroeger jaren. Niemand is bestand. Niemand.’

Het boek laat zich niet makkelijk samenvatten, maar: WAUW. Wat is Nelleke Noordervliet een fantastische schrijfster. Ze doet me in die rijke thematiek en intertekstualiteit, in het stap voor stap ontrafelen van het verleden, in de zorgvuldige compositie zeker denken aan Hella Haasse, maar stilistisch is Aan het einde van de dag zo scherp, zo zorgvuldig, zo mooi, dat ik weinig vergelijkingsmateriaal kan bedenken. Geweldig boek.

aan-het-eind-van-de-dag

 

Klik en lees ook wat andere bloggers schreven over Aan het eind van de dag.

Ik las dit boek voor een ‘perfecte dag voor literatuur’. Dat betekent dat ik het boek cadeau krijg van de uitgever en dat ik, met vele andere bloggers, op een afgesproken dag over het boek blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s