Darko – De reis

In 2015 ging ik naar Belgrado om meer te ontdekken over Servië voor mijn boek Darko’s lessen.

Boven op een berg in het hart van Servië bood een oude boer met een kleine rode tractor mij zijn land. Het klinkt als een sprookje: ik was daar op bezoek bij twee oude dames die op die berg wonen en reusachtige taarten en watermeloenen voor ons neerzetten. Toen de boer, hun buurman, langskwam, gaven ze hem een glaasje rakija, hij stak een sigaret op en vroeg waar ik vandaan kwam. ‘Uit Nederland? Hier is nog nooit iemand uit Nederland geweest. Je krijgt een stuk land als je terugkomt om te blijven,’ zei hij. Maar het is geen sprookje en dit was geen ongepast aanbod; hij wilde zelfs niet met me trouwen. Hij zag een kans om de krimp in de regio te stoppen: als een Hollandse jonge vrouw al zo ver het land in was gekomen dat ze op deze berg was beland, zou ze er misschien willen blijven?

(Dit reisverslag verscheen al eerder op mijn site.)

 

 

Want dit is Servië anno 2015: een land dat leegloopt. Hoogopgeleide, pas afgestudeerde twintigers vertrekken naar Duitsland, Spanje, Zwitserland, of waar ze maar terecht kunnen voor een goed betaalde baan. Bewoners van het midden en zuiden van het land gaan naar Belgrado, waar werk is. Vaak hebben ze wel een familiehuis in hun geboorteregio. Dat huis bouwen ze zelf en er zijn geen regels, waardoor je en route in die regio’s gigantische huizen ziet – die allemaal half af zijn. In de weekenden worden de uitgestorven provinciestadjes bevolkt door de kinderen en kleinkinderen die slechts op bezoek zijn bij hun (groot)ouders. Ze brengen het weekend door in de ruime familiewoningen en keren daarna terug naar hun krappe stadsappartement. Deze urbanisering en migratie is al aan de gang sinds de Joegoslavië-oorlog, maar een kentering is voorlopig niet in zicht.

 

 

Ik was in de zomervakantie in Servië met een speciaal doel: ik schrijf een boek over een fictieve jongen, Darko, die geboren is in Servië. Ik wilde graag zijn ‘echte’ generatiegenoten ontmoeten en een indruk krijgen van het leven daar: wat eet en drinkt men, waar gaan de Serviërs uit, hoe wonen ze, waar praten ze over? In Belgrado verbleef ik bij een jong stel, Mladen en Andjela. Ook zij probeerden het nieuwe leven buiten landsgrenzen, op de campus van Bochum, Duitsland, maar ze keerden terug omdat de migratie hun te zwaar viel. Mladen, afgestudeerd in wiskunde en informatica, werd in een half jaar tijd slechts vijf keer voor een sollicitatiegesprek uitgenodigd. Andjela was positief over de Duitse pünktlichkeit, maar kon niet wennen aan de grauwe luchten en aan de West-Europese normen en waarden. Toen ik bijvoorbeeld met hen sprak over de Nederlandse tolerantie ten aanzien van homoseksualiteit en transgenders, riep ze uit: ‘Ik wil dat dus nooit normaal vinden! Voor jullie is het normaal en voor mij niet en ik wil niet veranderen in hoe ik denk!’

‘De gelukszoeker’ blijkt een paradoxaal begrip in het debat over vluchtelingen, dat juist deze zomer op gang kwam. Migranten vinden misschien wel welvaart, maar slechts zelden geluk in het beloofde land, zo begreep ik van deze jonge mensen en hun vrienden. Syrische vluchtelingen zag ik in Belgrado ook, maar er was weinig rumoer over: ze sliepen in het plantsoen voor het treinstation, in de schaduw van een oude stoomlocomotief, wasten zich in de fonteinen daar en maakten een gemoedelijk praatje met politieagenten. Servië, dat zelf nog steeds vluchtelingen uit Kosovo in kampen huisvest, is niet hun beloofde land, slechts een transit. Waar men wel over sprak, was de ‘muur’ die Hongarije bouwde om de EU dicht te houden – zo vertelde Mladen mij. Het is niet de grens tussen Hongarije en Servië, het is de grens van de EU – men probeert de poorten te sluiten voor iedereen van buiten de EU, dus ook voor de Serviërs. Dit was slechts een van de vele politieke discussies die wij hadden waarin bleek dat men daar weinig vertrouwen, om niet te zeggen een flinke weerstand heeft tegen de westerse wereld. Ik benoemde enkele van zijn zienswijzen (‘Obama heeft IS opgezet’) als complottheorieën, waarop Mladen zei: ‘Dus iedereen die anders denkt is een complotdenker? Vind je dat ook niet een complottheorie?’

 

 

Al op de eerste avond in Belgrado was het raak. Mladen had me getrakteerd op een ontspannen zaterdagavond bij het fort Kalemegdan met blikjes citroenbier en een fantastisch uitzicht over de Sava en Donau. Het gesprek kwam op Srebrenica. De Serviërs verzetten zich er niet tegen dat jullie het een genocide willen noemen, legde hij uit, maar het is geen genocide. Ik vroeg hem waarom niet. ‘Het valt niet onder de definitie van de VN; die interpretatieruimte is er, dus wij benoemen dat niet zo.’ ‘Welk deel van de definitie geeft jou die ruimte dan?’ We kwamen er bij het fort niet uit, maar thuis, toen ik van de badkamer naar mijn logeerbed liep, toonde Mladen mij op zijn telefoon alsnog waar het om ging: ‘het deel’ van de groep moslims was niet significant genoeg om van genocide te spreken. Later begreep ik dat men ook de intentie van een genocide niet bewezen zag; het was immers een reactie op misdaden van de Bosniaks in die regio. ‘Je kunt het geen genocide noemen als je alleen de mannen meeneemt; je pakt hun soldaten, maar je schakelt niet de hele groep uit.’

 

 

Maar nog veel vaker kwamen tegenwerpingen in deze vorm: ‘Als dat een genocide is, dan is Krajina dat ook!’ Ik moest bekennen dat ik hier niet veel van wist, maar toen ik een dag met Andjela op bezoek was in Novi Sad, kreeg ik het hele verhaal te horen. In Novi Sad, de tweede stad van Servië, was namelijk een tentoonstelling over ’20 jaar na operatie Storm’. Operatie Storm was het laatste staartje van de oorlog waarin Kroatië onafhankelijk werd. In het gebied Krajina werden de Serviërs verdreven. De dodenaantallen gaan volgens de Serviërs over de duizend heen, Kroatië claimt dat het er niet veel meer dan tweehonderd waren, maar zeker is dat zo’n 150.000-200.000 mensen op de vlucht sloegen.

 

 

Ik raakte er wel wat gedesillusioneerd van. In reportages over Servië had ik gelezen over de ‘slachtofferrol’ die het volk heeft aangenomen en nu herkende ik dit beeld. Op verschillende plekken in Servië herinnert men de NAVO-bombardementen van 1999 en dan vooral de onschuld van de kinderen die slachtoffer werden van (de gevolgen van) deze bombardementen. En is Kosovo er beter van geworden? vroeg men. Is iemand er beter van geworden? Er zijn politieke spanningen in alle staten van voormalig Joegoslavië. Wel of niet toetreden tot de EU is een thema bij de verkiezingen, maar de Servische politieke partijen kunnen van de ene op de andere dag 180 graden draaien in hun standpunten. De Serviërs verafschuwen de corruptie van politici, maar vinden zwartrijden op de bus of illegaal huren en contant een deel van je salaris krijgen, vanzelfsprekend. In dit land is Poetin een held, maar ook Draza Mihailovic, leider van de cetniks in de Tweede Wereldoorlog: je kunt t-shirts met hun afbeeldingen kopen. De MH-17 is door Oekraïense rebellen neergeschoten en op de Krim woonden altijd al uitsluitend Russen… En nog steeds leven de Serviërs met het idee dat elk moment een oorlog zal starten. Nog steeds is nationalisme sterk aanwezig in Servië en ook dit ruimdenkende, hoogopgeleide jonge stel gaf aan niet te zullen aarzelen en te zullen vechten voor het vaderland als het nodig was.

 

 

Maar laat ik het politieke weer even voor het sprookje inruilen, want er was zoveel moois dat mensen ook zouden moeten kennen van de Balkan. In het hart van Servië bezochten we Mladens moeder, met wie we later die berg op zouden gaan in haar geboortedorp. ‘Hier hebben we de Turken verslagen,’ vertelden ze me in Takovo en ze lieten me de oude eiken zien die als herinnering daaraan geplant waren. We stopten bij een kapel en bron met ijskoud, ‘heilig’ water. Andjela en Mladen vertelden hun familie dat ze binnenkort zouden gaan trouwen. We aten goed en veel, natuurlijk dineerden we ook in een kavana met live Roma-muziek en iedereen zong mee. We kregen autopech en zwommen in een beekje tot de pechhulp kwam. Van Mladens moeder kreeg ik een flesje rakija en een pot rozenbotteljam mee voor thuis. En de oude oma’s op de berg kusten me bij het vaarwel drie keer, zoals we dat alleen in Nederland en Servië doen.

 

Nieuwsgierig naar Darko? Nog even wachten. Vanaf 10 november is Darko’s lessen verkrijgbaar in de winkel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s