Stephen Florida – Gabe Habash (recensie)

Ik had Stephen Florida van Gabe Habash net in huis toen het gekozen werd tot Boek van de Maand bij DWDD. ‘Een ontzettend rauw boek’ werd het daar genoemd, vol ‘powerproza’. ‘Wat ons zo greep is dat je direct een band met hem opbouwt,’ vertelde Tim van den Hoed van het boekenpanel. Ik citeer deze lovende uitspraken, omdat ik helemaal niets begreep van dit boek en van deze lovende uitspraken. (Bekijk hier de uitzending van DWDD, ook de moeite waard vanwege de animatie aan het eind.)

Rauw powerproza, ja, prima, hoewel ik ook struikelde over vreemde zinnen – of slordige vertalingen? Alinea 2 van het boek begint bijvoorbeeld met het woord dadelijk, een woord dat niemand geen Nederlander 2018 zegt of schrijft. In het origineel is dit in a moment, dus niet zo ongebruikelijk. Voorbeelden van zinnen die ik niet mooi vind: Jezelf inprenten dat je geen niksnut bent, dat je niet zinloos maar doorgaat. / Maar wat je bij die extreem fysieke types meestal ziet is dat ze er hun gebrek aan techniek mee willen verhullen, iets waar je leert mee om te gaan

Laat ik dit even terzijde schuiven, want het kan alleen de vertaling zijn. Wat erg vervreemdend werkt, is de chaos in het brein van hoofdpersoon Stephen Florida, een worstelaar met maar één doel: kampioen worden. Als ik mijn brein op papier zou kwakken, zou je ook een brij aan gedachten en gebeurtenissen en personen krijgen. Het is heel realistisch, maar dat maakt het niet goed te volgen. In een verhaal krijg je meestal aanwijzingen om hier wijs uit te worden. Een verteller kiest er ook voor om personages buiten het verhaal te laten, bijvoorbeeld. Herhaaldelijk ben ik in dit boek de weg kwijt. Bijvoorbeeld:

Steele ziet eruit als Sterling ziet eruit als Richardton ziet eruit als Dickinson ziet eruit als Belfield ziet eruit als Wibaux ziet eruit als Glendive ziet eruit als zes uur lang opgesloten in het busje met heel wat om over na te denken, ziet eruit als een lange rechte draad aan duizenden paaltjes, ziet eruit als iets tussen je tanden. Zijn Steele en Sterling personen met wie hij gaat vechten of plaatsnamen? Er worden zo veel personages genoemd en sommige daarvan komen terug, andere niet. Als de hoofdpersoon in elkaar geslagen wordt door een groepje jongens, staat er: En voor het eerst gebruik ik mijn ogen, kijk ik echt, naar de anderen, en dan zie ik Kyle Glenville daar staan… En ik denk: ken ik Kyle Glanville? Is hij eerder genoemd? Er volgt geen toelichting. Dit gebeurt keer op keer. Zelfs bij gebeurtenissen die uit de herinnering opgehaald worden, vraag ik me af of ik ze al eerder heb gelezen of niet. Steeds ben ik de weg kwijt. Hieronder nog een voorbeeld, Stephen bereidt zich voor op een wedstrijd:

De afgelopen dagen heb ik lopen herkauwen op lugubere visioenen van mijn wedstrijd tegen Brett Espino, een derdejaars van McNaire College die graag uitlokt. Dat is een beginnerstactiek, in de tijd tussen naar bed gaan en in slaap vallen heb ik Bretts ernstig gekwelde gezicht voor me gezien, zijn teamgenoten die niet anders kunnen dan toekijken hoe het paars van zijn wangen kleurt bij het opdoemen van het onvermijdelijke, paarse schaamte bij iedereen, en bij de gedachte aan al die dingen krijg ik in mijn campusbed strakke ballen en een bijna-stijve. Kom maar op, mister Espino.
Spuug op de grond. Cue: boevenmuziek.
Waar de vloer overgaat in de mat drukt Linus zijn voorhoofd tegen dat van mij. Sterk als een kerk. Coach Hargraves mept tegen mijn oorbeschermers. Geluksruk aan het worstelpak. Ik sta midden in de cirkel en wacht tot Brett Espino mijn kant op komt.

Gaat dit over een wedstrijd die eerder geweest is, want hij ‘herkauwt’ op visioenen en het klinkt alsof hij dit al heeft meegemaakt, met Bretts gekwelde gezicht voor zich? Wat is een beginnerstactiek: de wedstrijd voor je zien of het uitlokken? En wanneer stopt het visioen? Ik dacht bij het lezen dat we ook in de laatste zin nog in zijn visioenen zaten, maar dan blijkt dat we toch in de werkelijkheid zitten.

En dit is precies wie Stephen Florida is: een onbetrouwbare verteller. Hij kan zijn eigen brein ook niet vertrouwen: hij heeft waanbeelden en paranoïde gedachten, sluit zich op in een kast, stalkt zijn muziekleraar, valt zijn beste vriend keer op keer aan. Hij leeft op de grens van waanzin, of net daaroverheen.
Dat dit allemaal met opzet is, is duidelijk, want hij denkt ook: Soms vraag ik me af of ik als personage van een boek sympathiek zou zijn. Zou ik het goed doen als good guy? En dat is zonder meer knap gedaan van de schrijver, juist omdat de lezer zich net zo gek voelt worden, maar ik haak er als lezer wel op af – ik heb dus niet het gevoel dat ik een band opbouw met Stephen Forster. En op zo’n manier wordt een boek al snel, tja, een worsteling.

Ik las dit boek voor een ‘perfecte dag voor literatuur’. Dat betekent dat ik het boek cadeau krijg van de uitgever en dat ik, met vele andere bloggers, op een afgesproken dag over het boek blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.