Ik hou zeker niet van dooie dieren

on

Veel mensen willen graag de voordelen zien van deze dagen thuis. Dit weekend beleefde ik een bijzonder moment dankzij de coronacrisis en dat wil ik niemand onthouden.

Wordt het een serie? Als ik nog meer memorabele momenten beleef, zéker. Wordt het een boek? Zéker niet.

Ik hou zeker niet van dooie dieren

We wonen in een hoekhuis. De woonkamer is net een serre. In de zomer draait de zon helemaal rond, van de keuken tot naar het hoekje met de tv. Als je veel thuis bent, is er altijd iets te zien. Aan de noordkant een mbo-school, we kijken uit op kooklessen en handvaardigheid. Aan de zuidkant ook een school, een oude basisschool, met een schooltuin waar we naar de vogels kunnen kijken, want er zijn niet veel leerlingen. Ik bedoel, er waren al niet veel leerlingen vóór de coronacrisis. Het is een school voor voortgezet speciaal onderwijs, voor tieners met autisme. Het ligt te veel voor de hand om te zeggen dat zij minder herrie maken dan basisschoolkinderen, maar het is wel waar. Op de kopse kant, naar het westen, een pleintje met een voetbalkooi waar nu eindelijk de basis wordt gelegd voor een Nederlands voetbalelftal dat wél iets kan: de buurtkinderen spelen meer buiten dan ooit. Maar daar gaat het nu niet over.

Naast de schooltuin kijken we bij de buren naar binnen, en zij bij ons. Meestal doen we dat tijdens het eten, want de eettafel staat dichtbij het raam. Toen we hier nog niet lang woonden, kwam er een vriendje logeren. Aan de ontbijttafel keek hij ineens geschrokken. ‘Iemand komt daar uit de douche en kijkt me nu boos aan!’ We keken allemaal naar de buurvrouw. Ze had wel kleren aan, dus we aten rustig verder. De buurman liep wel vaak in zijn ondergoed. Dat was even wennen, maar toch was het vermakelijk: we hadden onze eigen dagelijkse soap. We konden zelf verzinnen wat voor leven zij hadden, dit jonge stel. Natuurlijk kregen ze een kind, een hoogtepunt in de soapserie en toen werd het huis te klein en toen verhuisden ze. Dat hadden we kunnen verzinnen, maar het is ook echt gebeurd.

Entree nieuwe bewoners, opnieuw een jong stel. Maar die zijn er dus nooit. En ze doen de zonwering omlaag.

Gelukkig kwam er nieuw vermaak.

Op een dag zat ik lekker te werken aan de eettafel, ik staarde wat voor me uit, en toen zag ik de dooie duif op het randje bij de overburen. Het randje zit zeker een meter onder het raam, in lijn met het balkon, en de duif lag een paar meter van het balkon af.

Gadver. Ik hou al niet zo van dieren, maar ik hou zeker niet van dooie dieren.

Ik vroeg me af hoe de duif daar gekomen was. Waarom hij precies daar gestorven was en waaraan. Hoe lang het zou duren voor zij de duif zouden opmerken. Of hij langzaam opgevroten zou worden door kleine beestjes en vergaan. Of dat hij tegen die tijd al naar beneden gevallen zou zijn. Ik zag voor me hoe de half vergane duif op de stoep uit elkaar zou vallen. Of we ze misschien moesten informeren: ‘Er ligt een dooie duif op jullie randje.’ Of ze hem dan op zouden ruimen, of naar beneden tikken, of toch laten liggen tot er niets van over was. Ik zag de half vergane duif opnieuw uit elkaar vallen op de stoep. Of hij zou in de plantenbak van de benedenburen vallen. Gadver. Ik deed niks.

Het duurde een paar weken. De grijze vlek werd langzaam kleiner. Het was nog steeds onmiskenbaar een duif, een dooie duif, toen we vanwege de corona thuis moesten werken. De buren waren nu ineens vaker thuis.

Afgelopen zondag zaten we genoeglijk te lunchen toen mijn dochter riep: ‘Hij heeft de duif ontdekt!’ Dit werd de spannendste lunch ooit. Wat zou hij nu doen? Ik zat met mijn rug naar het raam – en ik wilde het ook niet zien. Niet tijdens het eten en anders ook niet. Die duif was half vergaan, dus fraai zou het niet worden.

‘Hij klimt over het balkon!’

‘Nee!’ riep ik. Ik keek toch om. Ik hou niet van hoogtes. Mijn kinderen weten dat. Je moet een meter van gevaarlijke randjes blijven: niet omdat je anders echt zult vallen, maar omdat ik er panisch van word. Bovendien ging hij iets doen met een half vergane dooie duif en dat is ook goor en daar kan ik niet tegen en hallo, we zaten te eten. Maar de buurman wist dat allemaal niet, en hij stapte over de rand van zijn balkon en schoof over het smalle randje naar het dooie dier.

‘Ik wil het niet zien,’ zei ik. ‘Ik wil het ook niet weten, zeg maar niks. Ik ben aan het eten.’

Dat had natuurlijk geen zin. Het live verslag ging verder.

‘Oh, hij heeft een plastic zak.’

‘Houdt-ie zich wel vast?’

‘Ja, nu wel. Nee, nu… nu niet.’

‘Nee!’

‘Hij doet de duif in de zak.’

Ik zuchtte diep en schonk mezelf nog een glas water in.

‘Oh! Hij laat de zak vallen.’

‘In een plantenbak?’

‘Nee.’

Ik keek achterom. De zak lag op de stoep. De buurman schoof weer naar het balkon en klom terug, stapte naar binnen en was binnen een minuut beneden om de duif op te ruimen. Ziezo. We konden rustig verder eten.

Maar ja, het is waar. Je vraagt je toch af hoe lang het geduurd had zonder corona.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.