Virginia Woolf dacht in 1928 dat het in honderd jaar wel zou lukken: dan zouden vrouwen in fictie gelijk zijn aan mannen. De generaties vóór haar kenden geen gelijkheid van onderwijs, geen intellectuele vrijheid voor vrouwen: ‘Women have not had a dog’s chance of writing poetry,’ zei ze. En geef het wat meer tijd, kun je denken, in Nederland werden hele reeksen zusjes en meisjes nog in de jaren vijftig, zestig van school gehaald om het huishouden te doen, tot 1956 werd je nog ontslagen als je trouwde en had je je man nodig om een bankrekening te openen, maar vooruit, we kunnen nu zelf werken, zelf geld verdienen en dat geeft ons voldoende intellectuele vrijheid – aldus Woolf – om literaire meesterwerken te schrijven.
En dan is DIT de line-up van het nieuwste literaire festival van de nieuwste generatie literaire jonge honden. Dertig schrijvers, vijf vrouwen – bij mij op de rugbyclub zijn de verhoudingen nog beter. De Revisor wordt gemaakt door een redactie van vijf mannen. We hebben geen Opzij literatuurprijs nodig, schreef Christiaan Weijts in 2010, want de literaire emancipatie is toch al voltooid. Daarbij noemde hij een paar namen van vrouwen die wel eens een prijs hadden gewonnen. Dat vrouwen statistisch nog ver in de minderheid zijn bij alle grote literaire prijzen, liet hij onbenoemd. Laten we het geëmmer over literaire prijzen niet vergeten: waar de Libris-jury het ene jaar durft te klagen over de vrouwen die alleen maar schrijven over relaties en persoonlijke wissewasjes (2007), kennen ze in 2010 de prijs toe aan Bernard Dewulff, en het juryrapport begon zo: Je moet het maar durven. Schrijven over het aller, allergewoonste, dat tegelijkertijd het meest dierbare is: je eigen kinderen.
De discussie is er al over vrouwen op tv en zal over vrouwen in de literatuur dezelfde lijnen volgen: de redacties zeggen ‘we doen echt ons best, maar er zijn niet meer goede vrouwen.’ Dit duidt precies het probleem, dat is namelijk ook echt tweeledig. Ten eerste: ‘wij doen echt ons best’ is niet goed genoeg, want iedereen weet hoe subjectief het oordeel over literatuur is en juist een literaire redactie zou een scherpere blik op literatuur moeten hebben. Met andere woorden: verander het ‘wij’ (breder samengestelde redacties/jury’s), verander de definitie van ‘je best doen’ (kijk kritisch naar je eigen literaire kader). En dan zegt men soms: ja, we hebben al een vrouw in de redactie/jury. Punt. Einde argument. Maar dat is natuurlijk niet afdoende. Er zijn in de afgelopen twee decennia verschrikkelijk veel vrouwelijke huisartsen bijgekomen, toch ontdekt men nu pas dat ‘typische vrouwenklachten’ symptomen kunnen zijn van hartproblemen, die er bij mannen blijkbaar anders uitzien. M.a.w.: een vrouw kan net zo goed een mannelijke kijk op literatuur hebben (en vrouwelijke kwaliteiten ‘negeren’), of dat nu komt door de literair vormende canon of door de ouwejongenskrentenbrood-sfeer op de redactie.
‘Er zijn niet meer goede vrouwen,’ is deel twee van het probleem. Ik geloof hier natuurlijk niets van. We hebben het niet over armpjedrukken, er is geen wezenlijke reden waarom vrouwen minder goed zouden zijn dan mannen – het is hooguit zo dat ‘vrouwelijke’ literatuur minder goed wordt gevonden dan ‘mannelijke’, omdat we al eeuwenlang mannenverhalen lezen (en om meer redenen, zie dit mooie stuk.) Maar misschien speelt ook hier het veel gehoorde argument in de vrouwen-op-tv-discussie mee: vrouwen kloppen zichzelf niet zo op de borst. Ze denken dat ze op inhoud gevraagd zullen worden en ‘verkopen’ zichzelf niet. Bovendien zijn ze banger om kritiek te krijgen bij een tv-optreden (en dat gebeurt ook, hele scheldkanonnades op Twitter voor de vrouw die zonder lippenstift, grote borsten of met okselhaar op tv durft te verschijnen). Ik weet niet of dit verschil echt zo zwart-wit en man-vrouw is, maar kijk eens naar de visie van Ernest van der Kwast vs. Franca Treur over campagne voeren voor een literatuurprijs… wat denk je? En: kunnen we dit verschil accepteren, ermee werken? Uiteindelijk gaat het toch om de inhoud, dus je zou als literaire redactie een schrijfster niet mogen ‘vergeten’ omdat ze niet twittert / niet in je adresboekje staat.
De line-up van het Das Magazin Festival bestaat uit 25 mannen, 5 vrouwen; vooral dertigers en veertigers, romanschrijvers. Is dat literatuur anno nu? Ik vind het wat eenzijdig. Ik mis niet alleen meer vrouwen, meer oude of onbekende schrijvers, dichters, ik mis vooral de vernieuwing, ik mis een visie. ‘Dit is wat het publiek wil,’ zou je kunnen zeggen. Maar ik wil literatuur. Ik wil dat ergens nog de keuze wordt gemaakt voor wat goed is, niet alleen voor wie zichzelf verkoopt of wie toevallig goed bekend is in de grachtengordel. Literatuurvernieuwing krijg je door buiten je eigen wereld te stappen. Daarom is het belangrijk om scherp te kijken naar je eigen literaire voorkeur, waarin (bijvoorbeeld) vrouwen zo’n kleine plaats innemen.
Wie hierover begint, loopt het risico al snel als een bitchende feminist gezien te worden. So be it. Of een mislukt schrijver: ja, ik heb wel eens een afwijzing gehad op een manuscript van een redacteur (m) die de ‘klemmende noodzaak’ in mijn werk niet kon ontdekken. Ik geloof niet dat ik dit schrijf uit persoonlijke frustratie, het is wel mijn kijk op literatuur: hier in Nederland lezen we te veel van hetzelfde en te weinig van het bijzondere. En laten we nu eens beginnen dat eerlijk toe te geven, dan kunnen we daarna verder kijken dan onze mannenneus lang is.
Lees hier het vervolg, ‘Mannen en vrouwen en literatuur 2’.

Geef een reactie op Ida Simons besluipt je van achteren | De Zesde Clan Reactie annuleren