Keuzevak: literatuur

Regelmatig laten schrijvers of columnisten weten wat ze van het onderwijs of het schoolvak Nederlands vinden. Daar gaat natuurlijk iets gruwelijk mis. Wij leraren duwen die kinderen de verkeerde boeken door de strot, die we zelf niet eens lezen, dat idee. Volgens Herman Koch hebben we ook al geen persoonlijkheid. Als makke schaapjes laten we al onze lessen leiden door het examenprogramma – tot de schoolbel luidt en dan rennen we naar huis. Oké, kom eens bij me kijken als je er zo over denkt. Dan ga ik nu echt zinnige opmerkingen noteren over het examenprogramma Nederlands (havo/vwo) en ‘de verkeerde boeken’.

 

Scott Fitzgerald

 

Aleid Truijens schreef recent in de Volkskrant:

De Onderwijsraad wil dat scholen zich gaan bezinnen op een nieuw ‘curriculum’, waarin de vaardigheden van de 21ste eeuw vooropstaan. Je voelt al dat daar commissies en klankbordgroepen aan te pas gaan komen. Kerndoelen en trajecten. Je kunt natuurlijk ook beginnen met meer tijd aan literatuur te besteden. Empathie, verbeeldingskracht, kritisch denken, creativiteit- al die skills die zo onontbeerlijk zouden zijn in onze eeuw – je oefent ze allemaal door te lezen.

Truijens heeft natuurlijk helemaal gelijk, maar ook zonder het argument van de ’21st century skills’ zou ik al meer tijd aan literatuur willen besteden. En daar ben ik zeker niet de enige docent Nederlands in. Feit is echter dat het schoolvak Nederlands uit twee delen bestaat: taalbeheersing en literatuur. Taalbeheersing is zo’n 75% (lezen, schrijven en spreken), literatuur zo’n 25% van de examens. Het eindexamen is alleen taalbeheersing (lezen!). En je kunt tegen me zeggen ‘f*ck de eindtermen’, maar dat ik heel erg van literatuur houd, betekent nog niet dat ik taal onbelangrijk vind. Taal IS belangrijk. Maar we hebben het wel over twee verschillende onderdelen. Bij taalbeheersing oefen je vaardigheden, van klas 1 tot eindexamen, steeds opnieuw.  Literatuur lijkt veel meer op de zaakvakken (geschiedenis, filosofie): je leert de literatuurgeschiedenis en moet daarna nieuwe bronnen interpreteren. Wat ik dus eigenlijk wil zeggen: ik doceer twee vakken: taal en literatuur (stelling 1).

Natuurlijk is een leerling die veel literatuur leest, ook aan het oefenen voor taalbeheersing en heeft een vlotte technische lezer een voorsprong bij literatuur. Dus wat maakt die tweedeling van Nederlands in de praktijk nog uit? Wij zijn veel tijd kwijt met het oefenen van taal. Taal heeft het zwaarste gewicht, in het examen en in vervolgopleidingen en in de tijd die nodig is om op het gewenste niveau te komen. Die intesnieve aanpak zal ook niet minder worden de komende jaren, gezien de klachten die er nog altijd zijn over de taalvaardigheid op vervolgopleidingen.
Literatuur is een klein onderdeel dat sommige leerlingen verblijdt en vele andere frustreert. De inzet voor dit onderdeel is vaak minimaal, omdat je het meeste werk in eigen tijd doet (boeken lezen), omdat je je docent ook nog wel eens om de tuin kunt leiden, omdat je ook alles op het laatste moment kunt doen, omdat je een laag cijfer makkelijk kunt compenseren met de rest, omdat sommigen het niet leuk vinden – hoe leuk ik het ook maak, omdat het zo’n klein onderdeel is, ook in de les. (En nee, ik kan niet alle taalonderdelen aan literatuur ophangen. We lezen, schrijven en spreken over maatschappelijke onderwerpen, dat kan soms literatuur zijn, maar niet altijd.)

Hieruit volgt stelling 2: taal en literatuur zouden twee aparte eindexamenvakken moeten zijn. Dan zouden beide vakken het gewicht krijgen dat ze verdienen, dan zouden leerlingen het één niet meer met het ander kunnen compenseren en dan is de tijd voor beide onderdelen gegarandeerd.

Veel mensen die geen leraar zijn, of geen leraar Nederlands, beseffen niet dat je bij dit vak altijd alle leerlingen hebt. Niemand kiest het vak Nederlands, iedereen volgt het. Je moet immers fatsoenlijk kunnen schrijven en spreken en op niveau kunnen lezen voor je vervolgopleiding, voor je werk later. Is het net zo vanzelfsprekend dat literatuur verplicht is? Nee. Nee, echt niet: taal is terecht net iets belangrijker. Je kunt vinden dat leerlingen bepaalde culturele bagage nodig hebben – maar geschiedenis en CKV zijn ook geen verplichte eindexamenvakken.

Dus maak van literatuur een keuzevak (stelling 3). Geef het meer inhoud en leerlingen hebben er echt wat aan. Ze zullen iets beter gemotiveerd zijn, want ze hebben het vak gekozen. Het vak past bij hun profiel of vervolgopleiding en daar kun je dan ook een link mee leggen.
Maar dan lezen al die andere kinderen niets meer?! Natuurlijk wel. In de onderbouw leest iedereen fictie, in klas 3 leest iedereen een paar fraaie voorbeelden uit de volwassen literatuur en dan wordt de keuze gemaakt.
En hoe moet dat dan met Franse of Duitse literatuur? Die kunnen net zo goed in dit vak behandeld worden. Dit vak heeft ooit eerder bestaan, in de Tweede Fase, GLO (geïntegreerd literatuuronderwijs), maar nooit als een examen(keuze)vak. Het lijkt mij een geweldig vak. Een mooie basis voor iedereen die een studie in de alfarichting gaat doen. Zeker zullen er wat literatuurwetenschappers zijn die willen helpen dit vak tot eindexamenvak te ontwikkelen.
Oh, natuurlijk kost dit geld. En waarom zouden we geld uitgeven aan een examenonderdeel dat nu al fijn een plekje heeft bij Nederlands? Tja. Er zijn ook vier soorten wiskunde.

Literatuur als keuzevak, wie kiest ervoor?!

One Comment Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s