Wat is een goede leraar op de basisschool? Iemand die een klas van dertig kinderen kan enthousiasmeren en kalmeren. Iemand die in die klas van dertig elk kind voldoende persoonlijke aandacht kan geven. Iemand die een evenwichtig lesprogramma kan plannen en uitvoeren. Iemand die kalm en rustig, steeds opnieuw uitlegt wat een persoonsvorm is, hoe je grote getallen optelt. Iemand die mijn kinderen leert om fouten te maken en weer op te staan. Iemand die kritisch denkt, die nieuwe ideeën en programma’s uitprobeert, de actualiteit volgt en plaatst in de klas als dat nodig is, maar onnodige vernieuwingen nooit slaafs navolgt.
Maar het is niet genoeg. Dat heeft iemand bedacht, ik weet niet wie, maar het ministerie van OCW is al lang geleden begonnen deze gedachte erdoor te duwen: onze leraren zijn niet goed genoeg. Ze zijn niet goed in rekenen en taal. Ze weten niet wanneer de grondwet ingevoerd is.
Het is nogal gek dat we dit allemaal zijn geloven: dat ze onkundig of onwetend zijn, en dat daar iets aan moet gebeuren. Natuurlijk tref ik wel eens een juf die een hele andere grammatica hanteert dan ik en dat doet pijn aan mijn oren. Of ik tref iemand die geen gym mag geven. Meestal lossen ze dit op met de duo-banen: juf A. geeft op maandag taalles en op donderdag geschiedenis, want daar is ze geweldig goed in, juf B werkt op de andere dagen en zij is meer van natuur en techniek en doet de gymles. Verder zouden basisscholen dit probleem ook wel kunnen oplossen met de deskundigheidsbevordering van iedereen die al op de school werkt.
Maar alle toekomstige pabo-studenten moeten in een toelatingsexamen laten zien dat zij alles weten van aardrijkskunde, biologie en geschiedenis. Hun algemene ontwikkeling dus. En die toelatingsexamens komen naast de al ingevoerde eisen van taal en rekenen.
Hè? Maar ze hebben toch een havodiploma? Dat is toch al het bewijs van hun ‘hoger algemeen vormend onderwijs’? Jammer dan ramadan, zouden mijn havoleerlingen zeggen. Op de pabo is je havodiploma niets meer waard. Tegen zulke diplomadevaluatie verzet ik me.
Wie lesgeeft aan havo en vwo weet dat het memoriseren van grote hoeveelheden informatie echt een vwo-vaardigheid is. Een makkie voor een vwo’er, een bijna onmogelijke uitdaging voor de havoleerling (lees de link!). En de pabo’s weten dat ook, want ze hebben al wat geëxperimenteerd onder hun huidige studentenpopulatie en dat ging niet goed (geen link, inside information!).
Ik krijg daardoor nog een ander gevoel bij deze idiote toetsen: een rottig, stinkend vermoeden dat hbo-opleidingen het liefst vwo’ers binnenhalen, omdat zij wél (en zonder vertraging) hun diploma halen. Geld in het laatje.
Wat ik weet van ons basisonderwijs: Nederlandse kinderen zijn er erg gelukkig en we scoren internationaal gezien echt niet slecht. Ik tref juffen (weinig meesters) die mijn kinderen aan het leren zetten. Ze hoeven geen wandelende encyclopedie te zijn. Ze moeten de klas in beweging krijgen en veel liefde en aandacht geven – en dat gebeurt.
Aan het rijtje voorwaarden dat ik hierboven schetste, wordt voldaan, alleen aan de laatste voorwaarde niet: waar zijn de kritische denkers? Hoe kan het dat de leerkrachten die nú aan het werk zijn, de lerarenopleiders en andere betrokkenen, zich niet verzetten tegen deze idiote toetsen voor hun toekomstige collega’s? Vinden ze het dan echt nodig dat de volgende generatie juffen en meesters van een hoger niveau is dan zijzelf? Vinden ze zichzelf niet goed genoeg? Dat weiger ik te geloven. Kom op juffen en meesters, schop dit systeem omver!
Vind je m’n blog leuk? Zou je meer willen lezen? Klik hier op de link en geef me een duimpje.
Plaats een reactie