De linkshandigen – recensie

Christiaan Weijts De linkshandigen

 

De linkshandigen is geschreven vóór de aanslagen op Charlie Hebdo, toch geeft deze actualiteit de lezer van het boek meer context dan schrijver Christiaan Weijts had kunnen voorzien. De hoofdrolspeler van het boek is namelijk cartoonist. Een goede keuze, want de laatste jaren zijn er wel meer zaken rondom cartoonisten geweest (naast dreigementen van moslims doel ik dan op rechtszaken rondom beledigende spotprenten), dus dit beroep geeft de schrijver volop de ruimte om een maatschappelijk thema eens op een andere manier in te vullen. Cartoonist Zink heeft geen last van moslimterreur; hij heeft het aan de stok met een megagroot telecombedrijf, dat meeleest en meeluistert in al het digitale en mobiele verkeer.

Een actueel thema, een interessant beroep en spanning heeft het verhaal zeker ook: Zink geeft zijn baan op, pikt een liftster mee en dan begint een onvoorspelbaar avontuur waarin het telecombedrijf ook blijft terugkomen. De rit naar het zuiden deed mij ook denken aan de boeken van Hella Haasse, Cider voor arme mensen en De wegen der verbeelding.
Toch raakt het verhaal mij nergens. Ben ik al afgestompt als het gaat om het thema privacy? Misschien. Of is het verhaal een iets te karikaturale schets van de moderne samenleving? Ik weet het niet. Zink lijkt een complotdenker, van begin af aan, en complotdenkers zijn misschien niet de beste geesten om ons iets over de samenleving te vertellen, maar het boek gáát ook over een complot. Dat is vast een ironisch grapje dat ik niet begrijp.

Dit is het belangrijkste probleem voor mij bij De linkshandigen: ik heb een ander gevoel voor humor. Zo geeft Weijts talloze voorbeelden van cartoons die Zink verzint, en die zouden grappig kunnen of moeten zijn, maar ik kan er niet om lachen. Ook alle verwijzingen naar het genootschap van linkshandigen boeien mij niet. Zink meent dat linkshandigen bijna een eigen soort zijn, dat gaat een beetje vervelen. Het woordgrapje van ‘sinister’ is hier een goed voorbeeld van: zeker tien keer gebruikt de verteller het woord ‘sinister’ in relatie tot linkshandigen: ‘En dan is er ook nog die linkshandigheid, die hij geleerd heeft te beschouwen als een brandmerk van het lot, het sinistere keurmerk van de uitverkorenen.’

Een grapje voor gymnasiasten, daar houdt Weijts van. Want we kennen sinister nu vooral in de betekenis van duister, onheilspellend, maar van oorsprong was dit het Latijnse woord voor links. Ik snap het grapje, maar waarom tien keer? Een epitheton ornans. Tja. Ik schreef al eerder eens een stukje over de gymnasiastenhumor van Weijts. Ik heb trouwens zeker wel genoten van bijvoorbeeld Art. 285b en Via Cappello van dezelfde schrijver, maar die eerste twee boeken hebben hoge verwachtingen gecreëerd.

Dus. Sapienti sat. Ik had een mooier boek verwacht.

 

Klik hier en lees ook wat andere bloggers schreven over De linkshandigen.

Klik hier en lees over mijn eigen schrijfwerk: Darko’s lessen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s