#MeToo en #WatDoeJij?

Ik ging naar een voetbaldisco, ik denk dat ik 13 of 14 was en ik ging met de bus terug, nog voor 11 uur, denk ik zo. Een man stond ook op de bus te wachten – dat dacht ik – en hij probeerde een praatje met me te maken. Ik probeerde niet zo veel terug te zeggen. De voetbalclub was zo’n tweehonderd meter verderop en het feest was daar net begonnen. Achter ons een winkelcentrum waar ’s avonds niemand was. De man nodigde me uit om mee de stad in te gaan. Ik zei waarschijnlijk dat ik naar huis moest, of zoiets. Hij verdween. Er kwam een ouder echtpaar bij de bushalte zitten. Ineens kwam de man in een auto langs, een andere man aan het stuur. (Hij stond dus helemaal niet op de bus te wachten, de engerd.) ‘Je kunt nog meerijden hoor, als je wilt!’ Ik reageerde niet. Ik was blij dat die andere mensen er waren. Wat zou hij anders gedaan hebben? Waarschijnlijk heb ik het thuis niet verteld. Dan zouden ze me niet meer alleen naar voetbal laten gaan, laat staan naar feestjes.

En van een ander feestje, een paar jaar later, ging ik met de nachtbus naar huis. De bus zat vol mensen van allerlei leeftijden en achtergronden. Twee jongens achter mij waren duidelijk dronken, ze bleven maar tegen me praten en zaten aan mijn haar. Raar, maar goed, dat ging zo zeker een half uur door. Niemand zei iets. Niemand.

En er waren feestjes waarbij dronken mannen met me dansten zonder dat ik met hen wilde dansen. Geen oogcontact, geen enkel signaal van goedkeuring, ineens schuurt er iemand tegen je aan. Op een rugbyfeestje droeg ik een kort jurkje. Een van de mannen pakte me achterlangs vol in het kruis. Ik draaide me om en er stonden acht mannen die deden alsof ze van niets wisten. Ik had wel een idee wie het was en ik was woest, maar ik was vooral woest op de zeven andere mannen die deden alsof het oké was. Meestal vorm je met vriendinnen een cirkel waar die mannen buitengesloten worden. Er zijn allerlei van die oplossingen, altijd een man bij je hebben als je uitgaat, bijvoorbeeld. Nooit alleen naar huis fietsen. Ik hoor dat veel vrouwen een trouwring dragen om op straat niet lastiggevallen te worden. (Ik was als twintiger al getrouwd en liep vaak met kleine kinderen over straat. Ik denk dat dat ook werkt.)

Dit zijn misschien geen schokkende verhalen. #MeToo, ik weet niet of het op mij persoonlijk van toepassing is. Ik had lieve vriendjes en flirts die nooit een grens overgingen zonder te checken of ik dat ook wilde. Geen werkgevers die vreemde dingen probeerden. Geen straatflirters die me angst inboezemden. En volgens sommigen moet je die kleine vormen van intimidatie of ongewenste intimiteiten niet op één hoop gooien met verkrachtingen. Ik denk dat de omvang van de reacties om #MeToo ons laat zien dat we dat juist wel moeten doen. Ik denk dat de impact die mensen noemen reden is om álles te benoemen (‘Een billenknijper knijpt ook pijnlijk in je geest’). Ik denk dat zo’n zaak als die van Weinstein ons laat zien dat we dat wel moeten doen; want niet elke billenknijper is een verkrachter, maar het punt is dat je dat dus niet weet. Niemand moet met die angst leven.

Ik gebruik het begrip ‘ongewenste intimiteiten’. Zo noemde mijn moeder dat en ik vind het een erg passend woord. Ongewenst is ongewenst, of het nu gaat om een ongepaste uitnodiging, iemands haren aanraken of in een dronken bui in een kont – oeps kruis – grijpen.

#WatDoeJij?

Als we snappen dat dit probleem echt zo groot is, dan moeten we verder. Wegkijken, bagatelliseren, dat zijn geen opties meer. #MeToo is een aanklacht tegen al die vormen van seksisme en seksueel gedrag waarbij één persoon zijn macht misbruikt. Een aanklacht tegen de machocultuur. #MeToo is een pleidooi voor geestelijke en fysieke integriteit: ‘Blijf van mij af’. Volgens sommigen verdeelt #MeToo in groepen slachtoffers (vrouwen) en daders (mannen) en houdt dat die machtsverhoudingen juist in stand. Ik denk dat de hashtag bewust genderneutraal is. Maar #MeToo is op dit moment ook enorm pijnlijk, het kan ons radeloos maken dat in al die situaties niemand kon voorkomen dat het gebeurde. De hierboven genoemde oplossingen tonen dat wel aan: dat zijn geen oplossingen, dat is hoe prooidieren zich gedragen. De vraag is dus: hoe voorkom je ongewenste intimiteiten? #WatDoeJij?

Ik wil niet doen alsof ik een expert ben, maar als ouder en leraar zie ik twee dingen en we moeten ergens beginnen:

  • We moeten jongens en meisjes leren wat ‘consent’ is, wat ongewenste intimiteiten zijn en dat ‘nee nee is’; en we moeten seks en prille contacten bespreekbaar houden tot ze volwassen genoeg zijn om zelf situaties goed in te schatten en daarop te reflecteren. Dit klinkt ongelofelijk schools, maar de opvoeding van ouders is soms schools. Tieners zijn bang om nare ervaringen te delen omdat ze dan misschien niet meer naar een feestje mogen, of niet meer alleen mogen. Bespreek alles, zodat je ze juist meer vrijheid kan geven. En nogmaals: bespreek alles met meisjes én jongens. Leer ze om om elkaar te geven, om altijd te vragen of de ander ‘oké’ is.
  • Wees geen getuige, maar wees de held. (Denk niet te bescheiden.) Als je voelt dat iets niet pluis is, dan is het dat ook niet. Zorg dat het op dat moment al stopt. Geef de eerste grens aan voordat die overschreden wordt. Leraren kennen dit uit de klas, omdat je weet dat het moeilijk is twintig vliegtuigjes in de klas te stoppen als je bij de eerste niet gereageerd hebt. Twee voorbeelden, niet om de held uit te hangen, of jawel, want deze dingen zijn belangrijk:
    • Ik wachtte op een bankje op Rotterdam Centraal op een afspraak. Naast me een meisje, een jaar of zeventien, klein van stuk. Een grote jongeman, begin twintig, kwam naast haar zitten. Hij begon een praatje, hallo, hoe gaat het. Zij reageerde niet of minimaal op zijn vragen. Ze dook ineen. Hij probeerde nog eens een vraag, waar kom je vandaan? Ik zei: ‘Volgens mij wil ze niet in gesprek met je. Laat haar met rust.’ En hij ging weg.
    • Nog geen maand geleden, op schoolreis in Rome. Ik liep voorop met een groep meiden. Een man rende eerst de groep voorbij en vertraagde toen plotseling. Vreemd. Hij liep net zo langzaam totdat hij weer achter mij en naast een van mijn leerlingen liep. Ik keek om, dit was erg vreemd. Hij staarde haar aan, ongemakkelijk lang. En ik keek, omgedraaid en bijna stilstaand, boos naar hem. Erg boos. Ik kon even niet op woorden komen en gaf alleen een wenk dat hij weg moest wezen. Hij ging weer voor ons lopen en verdween. (Zou hij echt iets gedaan hebben, zo midden op straat, midden op de dag, midden in een groep? Als je je dat afvraagt, dan begrijp je dus niet hoe eng dit al is…)

Betere ideeën zijn er vast. Het beste idee lijkt me om niet te discussiëren over de ernst van #MeToo en over wat er wel of niet goed is aan deze twee suggesties, maar om nog meer ideeën hierover te delen: #WatDoeJij?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s