Daarom staken we, deel 1: de 10 terechte klachten van de leraar

on

Op vrijdag 15 maart staakt het onderwijs. In alle sectoren is geld nodig om de werkdruk te verlagen. Niet iedereen kent het plaatje achter het kostenplaatje. Daarom plaats ik in aanloop naar de staking elke dag een eerder verschenen stuk van mezelf of een ander om duidelijk te maken dat actie nodig is. Vandaag: ‘De 10 terechte klachten van de leraar.’ Oftewel: waarom moet het aantal lesuren per week omlaag?

Ik schreef dit blogbericht zeven jaar geleden. Op dit moment ben ik geen leraar, maar teamleider: ik heb nu zelfs geen klas, geen lessen. Mijn werkdrukbeleving is ontzettend anders: geen lessen, geen nakijkwerk, meer mail, meer overleg, meer stress, meer avonden op school, maar ik kan wel vaker rustig naar de wc, top! Toch is dit stuk nog steeds 100% representatief voor de positie van een leraar en daar gaat het om bij de staking.

De 10 terechte klachten van de leraar

  1. Ik heb 150 leerlingen. Ik zie er gemiddeld zo’n 100-120 op een dag. Ik ken ze bij naam, ik weet waar ze goed/slecht in zijn, ik geef ze aandacht om beter te worden en ik corrigeer ze bij slecht gedrag, met dertig tegelijk en toch individueel. Vergeet het aantal lesuren dat ik op een dag werk; ik voer honderd feedbackgesprekken per dag. Daar word ik soms wel eens moe van, ja. Dat is de werkdruk in het onderwijs, níet het aantal gedraaide uren.
  2. Soms praten leerlingen met me in de pauze, over drugs en hoe ze moeten leren voor een proef. Er is geen flexibiliteit in het lesrooster om daarna zelf je pauzes te pakken, dus je hebt geen pauzes. Pauzes zijn eigenlijk een soort ingeroosterd wandelgangenoverleg. Dat hele moderne idee van flexibel werken, kan natuurlijk niet in het onderwijs – scholen die daar vrolijk mee experimenteren, maken vooral heel erg duur onderwijs. Een trein rijdt ook niet voor niets volgens dienstregeling.
  3. Op een rustige dag krijg ik 20 mailtjes, maar het kunnen er ook vijftig zijn – van leerlingen, collega’s, ouders, schoolleiding. Ik heb geen secretaresse die dingen voor me print en kopieert. Ik moet ICT-zaken regelen, de aanwezigheid van leerlingen bijhouden en cijfers digitaal invoeren. Is allemaal geen probleem, maar deze tijd heb ik dus wel nodig en daar is weinig over te vinden in de normjaartaak.
  4. Onderwijsmanager Ruud van Diemen vraagt zich af wat docenten doen in de 50% van hun werktijd dat ze niet lesgeven. Alsof je in je lessen een beetje voor je uit zit te kletsen en nooit iets hoeft voor te bereiden, geen dertig betogen op eindexamenniveau moet nakijken. Ik vraag me af wat hij in 100% van zijn werktijd doet, een beetje mailtjes beantwoorden, vergaderen? Ik heb in het bedrijfsleven gewerkt; het is niet vergelijkbaar. Ja, het onderwijs kan resultaatgerichter en efficiënter. Maar dat is een kwalitatieve verbetering die nodig is, niet een kwestie van uurtjes tellen. Zal ik je vertellen wat het verschil is met het bedrijfsleven? Ik kan nooit eens rustig naar de wc. Dat is werkdruk.
  5. Ik verdien niet genoeg. Ja, nu wel. Maar binnen een paar jaar zit ik in de hoogste trede en dan heb ik geen salarisverhoging meer van m’n 32e tot aan m’n pensioen.
  6. Ik heb meer nakijkwerk dan de leraar gym en ik krijg evenveel uren uitbetaald als hij.
  7. Ik heb minder nakijkwerk dan de leraar aardrijkskunde, want hij heeft voor zijn vak minder uren per week, en dus meer klassen binnen een gewone lesweek en dus meer leerlingen. Dat is ook niet eerlijk.
  8. Ik verdien ook niet meer dan die ene collega met een lagere opleiding en lagere klassen.
  9. En het is niet eerlijk dat ik nooit BAPO zal krijgen, en vroegpensioen, of pensioen op m’n 65e, en een vast contract – en dat is misschien allemaal nog zo erg niet, maar ik werk samen met collega’s die dat allemaal wel hebben en die dat in een vorige eeuw zomaar cadeau hebben gekregen.
  10. Tot overmaat van ramp hebben we twaalf weken vakantie per jaar. Twaalf weken! Het is om zot van te worden. Ik verveel me suf, behalve in de korte vakanties want dan verzuip ik in bergen nakijkwerk. Mijn kinderen vervelen zich suf en storen zich aan mijn nakijkwerk. Ik moet opvang voor ze regelen in de vakanties die niet gelijk lopen met de school waar ik werk. Ik geef veel te veel geld uit om ze te vermaken. Na de zomervakantie weten ze niet meer hoe het hoort – netjes aan een tafel zitten, de tafel van 4 of het ontleden van een zin. Docenten en leerlingen hebben dan drie weken nodig voordat alles weer naar behoren functioneert. De minister heeft nu een soort goocheltrucje uitgehaald, minder zomervakantie, maar nog net zoveel vrije dagen en meer lesuren. Snap jij het, snap ik het. Hoe dan ook, dat moet anders. Weg met die vakanties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.