Hoe lees ik?

‘Iedereen heeft het recht om te lezen zoals hij wil.’ In het boek Hoe lees ik? van Lidewijde Paris klinkt vaak door dat je echt op je eigen manier mag lezen. Er is geen ‘goed’ of ‘fout’. Een schrijver stopt – bewust of onbewust – allerlei elementen in zijn verhaal waardoor je als lezer wel nog veel meer kunt ontdekken en beleven. Paris laat met dit boek zien dat het de moeite waard is die elementen op te merken.

omslag-hoe-lees-ik

In feite lijkt de aanpak van Paris in dit boek veel op de literatuurlessen die ik zelf geef. Ze legt begrippen als personale en alwetende verteller uit aan de hand van fragmenten. Heel fijn is dat ze niet alleen put uit de klassiekers in de Nederlandse literatuur; er zijn juist veel recente en vertaalde fragmenten die ik nog helemaal niet kende. Daardoor las ik ook weer een paar prachtige korte verhalen, zoals het verhaal ‘April’ van Olaf Olafsson en ‘Nader’ van Sanneke van Hassel.

Is dit dan een lesboek? Nee, dat denk ik niet. Nou ja, het zou wel kunnen, want het boek is er duidelijk en uitgebreid genoeg voor. Vast en zeker zal ik eens een hoofdstuk met leerlingen lezen (het hoofdstuk over vergelijkingen en metaforen, erg goed!). Na elk verhaal of fragment staat duidelijk uitgelegd hoe je in dat fragment meer kunt lezen dan er staat dankzij perspectief, beeldspraak, tegenstellingen of wat al niet meer. Bovendien heeft het boek ook een begrippenlijst, leesideeën en ‘handige vragen’ bij het lezen. Maar ik denk dat het boek vooral heel interessant is voor wie graag leest en er meer uit wil halen – niet voor werk, maar voor meer plezier. De volwassen lezer die misschien ooit wel wat begrippen op school leerde, maar nu de tijd en behoefte heeft ook weer iets meer met literatuur te doen.

Interessant is ook deel 3, ‘De roman en zijn context’. In de eerste plaats gaat dit over het referentiekader van de lezer. Ik lees bijvoorbeeld in mijn lessen graag verhalen van Wolkers bij verhaalanalyse, omdat ze meesterlijk zijn opgebouwd, omdat er kleine aanwijzingen zijn die je soms pas bij de derde keer lezen ontdekt en omdat in zijn verhalen dat referentiekader van belang is. En dat is lastig, omdat leerlingen niet thuis zijn in het referentiekader van Wolkers (bijbelse opvoeding, opgroeien in een groot gezin, naoorlogse generatiekloof, seksuele revolutie). Paris geeft in Hoe lees ik ook zo’n voorbeeld: ‘Tegen het eind’ van Sefi Atta. Het is nog een erg recent verhaal, maar hoe lang nog voordat lezers een verwijzing naar 9/11 niet meer herkennen?

In de tweede plaats gaat dit deel over het engagement van de lezer en schrijver:

‘In een wereld waarin zo veel gaande is, zo veel belangrijk is en  zo veel om aandacht schreeuwt, vraag ik mij – en vele anderen met mij – vaak af waarom ik in vredesnaam nog romans zou blijven lezen?
Onderzoek heeft aangetoond dat lezen de empathie vergroot. Maar niemand durft hardop te verkondigen dat door lezen terreur voorkomen kan worden. (…)
Literair lezen, waarbij we op zoek gaan naar intenties van schrijvers bij monde van hun vertellers zoals ik in deel 1 en 2 heb laten zien, traint in het leggen van verbanden, het associëren. Ik moet creatief kunnen denken en beelden kunnen zien en analyseren. En tegelijkertijd traint dat mijn concentratie en focus. Ik hoop dat dat een training is die de deur opent naar begrip voor andere denkbeelden over en andere visies op de wereld.’

Opvallend dat dit thema opnieuw terugkomt, nadat ik het vorige week bij Woordnacht al twee keer hoorde van Kristien Hemmerechts en Christiaan Weijts. Weijts zei in het debat over literatuuronderwijs: ‘Literatuur moet je ook laten kennismaken met het wereldbeeld van een ander. Als je alleen maar leest om je eigen wereldbeeld bevestigd te zien, is dat een soort literaire zelfbevrediging, je blijft in een cocon.’
Hemmerechts benoemt in haar Anna Blamanlezing niet het effect van lezen, maar van creatief schrijven: ‘… dan blijkt creatief schrijven de redder in nood, die mensen bewust kan maken van deze egocentrische tendensen en hen aanspoort om oog te hebben niet alleen voor de wereld, maar ook voor hun medemens als mens. Zet eens een andere bril op! Stel je voor dat al die terroristen, jihadisten en fundamentalisten verplicht een les creatief schrijven zouden moeten volgen, en gedwongen zouden worden te beseffen dat elke mens – ook de mens die zij willen gaan opblazen – een mens is, dan trek je die bommengordel toch niet aan?’

Hemmerechts durft dus wél hardop te verkondigen dat door schrijven terreur voorkomen kan worden.
In Hoe lees ik gaat het in de eerste twee delen om de analyse, daarna om de beleving en bagage van de lezer. In het onderwijs en in de literatuur zie ik ook die verschuiving naar meer aandacht voor de identificatie, empathie, kortom beleving van de lezer.

Het enige wat ik mis in Hoe lees ik? is een wat bredere kijk op de analyse. We kennen wel meer analyse-instrumenten dan de klassieke structuuranalyse, om maar iets te noemen: focalisatie (wie kijkt naar wie?) vertelt ons meer dan perspectief (wie vertelt?) en dat is juist in die maatschappijkritische kijk op leesbeleving relevant. Het referentiekader is meer dan een frame om een verhaal of lezer en de interessantste schrijvers bewegen zich juist op de grenzen van zulke ‘kaders’. Maar misschien kan Paris in een vervolg die diepgang kiezen, daarvoor heb je immers eerst deze basis nodig die ze zo duidelijk heeft uitgelegd.

 

Klik en lees ook wat andere bloggers schreven over Hoe lees ik?

Ik las deze boeken voor een ‘perfecte dag voor literatuur’. Dat betekent dat ik het boek cadeau krijg van de uitgever en dat ik, met vele andere bloggers, op een afgesproken dag over het boek blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s